Je kunt informatie ordenen aan de hand van verschillende indelingsprincipes: methodisch, geografisch, chronologisch of thematisch.
Dit indelingsprincipe gebruik je vooral voor het weergeven van een wetenschappelijke studie die steunt op empirisch onderzoek. Dit indelingsprincipe wordt meestal gebruikt bij de indeling van een proefschrift, met name bij de exacte studies en gammastudies.
De structuur van de tekst ziet er dan (ongeveer) uit als volgt:
Als de informatie geen duidelijke chronologisch, methodische of geografische rangschikking vertoont, gebruik je eigenlijk altijd het thematische indelingsprincipe. In feite kan bijna alles als thema fungeren: onderdelen, invalshoeken, actualiteiten, producten, functies, financiële middelen.
Er zijn verschillende mogelijke indelingen. Hier volgen een paar voorbeelden.
Je schrijft bijvoorbeeld een scriptie over de Bijbelse thematiek in de schilderijen van Rembrandt. Een mogelijke indeling is dan die naar subthema’s:
In een scriptie over de wenselijkheid van een Europese grondwet kunnen bijvoorbeeld per hoofdstuk de voor- en nadelen op de volgende gebieden besproken worden:
Zoals de naam al aangeeft, gebruik je dit principe wanneer het voor het antwoord op de centrale vraag of deelvraag essentieel is om informatie of argumentatie per locatie te geven (landen, streken, steden etc.).
‘Geografisch’ kun je in dit verband ruimer zien. Denk bijvoorbeeld aan de diverse afdelingen van een bedrijf. Je vindt hier enkele voorbeelden ter verduidelijking.
Je schrijft bijvoorbeeld een scriptie over het functioneren van het matriarchaat bij diverse stammen in Zuidoost-Azië. De hoofdstukindeling kan daarbij zijn:
In een scriptie over mogelijke oplossingen van logistieke problemen kan de volgende indeling voorkomen:
Het chronologisch indelingsprincipe gebruik je wanneer de chronologie, de opeenvolging in de tijd van gebeurtenissen, het antwoord op de centrale vraag of een deelvraag vormt. Hier volgen enkele voorbeelden.
Je schrijft bijvoorbeeld een scriptie over het al dan niet afschaffen van de landbouwsubsidies. In een hoofdstuk wil je de voorgeschiedenis beschrijven. Je kunt voor de volgende indeling van paragrafen kiezen:
Deze titels zullen op de lezer(s) misschien willekeurig overkomen. Waarom precies de grenzen bij die jaartallen gelegd? En waarom staan de eindjaartallen ook weer aan het begin van de volgende titel? Dat komt omdat hier gekozen is voor een indeling naar het landbouwbeleid dat de achtervolgende regerende kabinetten hadden.
In dit geval kun je je indelingsprincipe veel duidelijker maken door de namen van die respectievelijke kabinetten toe te voegen of de jaartallen zelfs helemaal te vervangen. De indeling blijft dan toch chronologisch.
Dit principe gebruik je ook voor het weergeven van de verschillende stappen of fasen uit een proces die achtereenvolgend plaatsvinden of worden genomen. Je doet bijvoorbeeld een onderzoek naar mogelijke innovaties voor het productieproces van staal. Je geeft daarbij een beschrijving van het huidige proces.
De indelingsprincipes kunnen je helpen om je informatie logisch te ordenen. Gebruik ze dus en voorkom dat je een van deze fouten maakt.
Zorg dat onderwerpen niet op meerdere niveaus thuishoren.
Het probleem van dit tekstschema is dat de rubriek ‘Vogels’ zowel een aparte rubriek is (1.3) als een subrubriek van 1.1 en 1.2, want onder pluimvee vallen ook vogels. Er zit dus een overlap in dit schema, en in de praktijk zal het lastig zijn om te bepalen waar bijvoorbeeld de kip geplaatst moet worden.
In dit geval zullen de titels aangepast moeten worden, bijvoorbeeld: 1.1.3 Zangvogels en 1.3 Overige vogels. Of je schrapt de subrubrieken 1.1.3 en 1.2.5. Derde mogelijkheid: 1.3 wordt geschrapt en 1.1.3 wordt specifieker, bijvoorbeeld: Zangvogels.
Je maakt het jezelf erg lastig als je meerdere indelingsprincipes tegelijk gebruikt.
Het probleem met deze hoofdstukindeling zal al gauw blijken als je met het schrijven begint. Want onder welke paragraaf valt een romaans klooster in Girona? Onder 1.1 Girona? Of onder 1.3 Kloosters? En waar schrijf je over een kerk in Barcelona? De oplossing: kies voor een geografische indeling, óf voor een thematische, maar niet voor beide.
Zet bij elkaar wat bij elkaar hoort.
Deze indeling is niet correct: het kopje ‘Emoties’ veronderstelt een thematische indeling. Er worden echter niet alleen emoties behandeld, maar ook een leeftijdsfase – wat een chronologische indeling veronderstelt. 1.4 Puberteit hoort hier dan ook niet thuis. Deze rubriek moet geschrapt worden óf in een apart hoofdstuk komen waarin meer fasen worden behandeld. Bijvoorbeeld in een tweede hoofdstuk over de emotionele ontwikkeling van wolven, met 2.1 Kinderjaren, 2.2 Puberteit en 2.3 Adolescentie.
Verdelen, indelen, onderverdelen: al deze termen geven aan dat er meer dan een deel zal ontstaan. Een indeling waarbij er maar één rubriek ontstaat, is dus in feite overbodig. De onderverdeling kan dan beter weggelaten worden, of je voegt er nog een rubriek aan toe.
Het is nu net of er een tweede kopje weggevallen is. De oplossing is: alleen de kop 1.1 Economische consequenties van vergrijzing laten staan óf een tweede toevoegen, bijvoorbeeld: 1.1 Economische consequenties van vergrijzing heeft twee subparagrafen: 1.2.1 Onbetaalbare AOW en 1.2.2 Toenemende druk op ziektekosten.
Het kan helpen om nu alvast in één alinea te formuleren hoe je je tekst wilt opbouwen. Daarmee dwing je jezelf goed na te denken over de grote lijnen van je verhaal: klopt je indelingsprincipe met dat wat je wilt vertellen? Deze alinea kun je uiteindelijk gebruiken in je inleiding, als leeswijzer.
In het volgende voorbeeld wordt de werkwijze beschreven bij de adviserende centrale vraag: Hoe kan een ADHD-stoornis het beste behandeld worden?