Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.
Tijdens je studie kan het zijn dat je te maken krijgt met een assessment. Assessment komt van het Engelse woord 'beoordeling'. Er zijn verschillende vormen van assessments. In het hoger onderwijs zijn er vooral portfolioassessments, maar er worden ook gedrags- of performanceassessments afgenomen.

De STARRT-methode gebruiken

Het STARRT-model is een belangrijk hulpmiddel bij assessments. Je kunt het model gebruiken om een toelichting te schrijven of om je gesprek te voeren. STARRT staat voor Situatie, Taak, Aanpak, Resultaat, Reflectie en Transfer of Tegendeel.

Om een helder beeld te krijgen kun je de STARRT-methode gebruiken:

  • S (situatie): er wordt doorgevraagd over de situatie waarin je een specifieke beroepstaak hebt uitgevoerd.
  • T (taak): er wordt doorgevraagd over welke taak je hebt uitgevoerd.
  • A (aanpak): er wordt doorgevraagd over welke aanpak je bij de taak hebt gekozen en waarom je deze hebt gekozen.
  • R (resultaat): er wordt doorgevraagd over het resultaat dat je hebt behaald.
  • R (reflectie): er wordt doorgevraagd hoe je terugkijkt op het behaalde resultaat.
  • T (transfer): er wordt doorgevraagd hoe je het geleerde hebt toegepast in andere situaties; of T (tegendeel): er wordt doorgevraagd naar situaties waarin het je niet zo goed lukte om een dergelijke opdracht uit te voeren.

Er zijn verschillende STARRT-formulieren: per letter beantwoord je een aantal gerichte vragen, doe dit concreet en ‘to-the-point’, zonder overlapping. Hoe concreter en vollediger jouw informatie over het gevraagde gedrag in je portfolio, hoe soepeler het assessmentgesprek waarschijnlijk zal verlopen.

Het STARRT-model

Een assessment voorbereiden

Voor een portfolio-assessment lever je een portfolio in. Twee assessoren beoordelen jouw portfolio en stellen tijdens een assessmentgesprek kritische vragen over de bewijzen in je portfolio. Hiervoor gebruiken ze de beoordelingscriteria voor het assessment.

Ook bij een gedrags- of performance-assessment wordt je beoordeeld op beoordelinscriteria, alleen hoef je voor dit type assessment geen portfolio in te leveren: in dit geval observeren twee assessoren je tijdens een opdracht in de praktijk of in een simulatie.

  • Hoe bereid ik een portfolio-assessment voor?

    Voor een portfolio-assessment lever je een portfolio in. Twee assessoren beoordelen jouw portfolio en stellen tijdens een assessmentgesprek kritische vragen over de bewijzen in je portfolio. Hiervoor gebruiken ze de beoordelingscriteria voor het assessment.

    Bestudeer de assessmenthandleiding van je opleiding: wat is de vereiste structuur van je portfolio, wat zijn de randvoorwaarden om deel te nemen aan een assessmentsgesprek? Een goede voorbereiding is het halve werk; neem de tijd hiervoor.

    Hoe maak je een portfolio?

    Het samenstellen van een portfolio is tijdrovend; houd hier rekening mee. Je doorloopt voor het maken van je portfolio de volgende tien stappen:

    1. Lees de assessmenthandleiding.
    2. Verzamel bewijs in de periode voorafgaand aan het assessment (bijvoorbeeld tijdens je stage- of praktijkopdracht).
    3. Maak aantekeningen bij het bewijs (waar, wanneer, met wie, hoe en waarom?); gebruik hiervoor een logboek.
    4. Selecteer bewijzen voor je portfolio; begin op tijd met het verzamelen.
    5. Schrijf per bewijs (of competentie) een toelichting.
    6. Structureer je portfolio volgens de richtlijnen in de handleiding.
    7. Check of je portfolio aan de randvoorwaarden voldoet.
    8. Vraag feedback op je conceptportfolio; reserveer hier volgende tijd voor.
    9. Scherp je portfolio aan.
    10. Lever de definitieve versie van je portfolio in.

    Hoe schrijf je een toelichting bij bewijzen?

    De bewijzen zijn meestal beroepsproducten, zoals een marketingplan, adviesrapport of behandelplan. Andere voorbeelden van bewijzen zijn: ervarings- en reflectieverslagen, beoordelingen of feedback van collega's, medestudenten, praktijkbegeleiders en docenten. Het aantal bewijzen dat je mag opnemen, is beperkt. Kies daarom de beste en succesvolste voorbeelden die jouw professionele gedrag aantonen. Je schrijft bij het bewijs een toelichting waaruit blijkt dat je hebt gehandeld volgens de beoordelingscriteria van het assessment.

    Je geeft informatie over de context waarin je het bewijs hebt gemaakt: wat was je bijdrage, wat was je aanpak, welke keuzes heb je gemaakt en waarom, wat was het uiteindelijke resultaat? Het gaat dus over jouw professionele handelingen, het gedrag dat je daarbij hebt laten zien en de verantwoording daarvan. Je draait als het ware de film terug en je laat de assessoren meekijken. Dat doe je volgens de STARRT-methode.

  • Hoe bereid ik een gedrags- of performance-assessment voor?

    Bij een gedrags- of performance-assessment observeren twee assessoren je tijdens een opdracht in de praktijk of in een simulatie. De assessoren kijken of je het gedrag laat zien dat in de beoordelingscriteria staat: of je professioneel handelt conform de vereiste beoordelingscriteria.

    Daarna voeren ze hierover een assessmentgesprek met je. Dit gesprek en de beoordeling ervan verlopen hetzelfde als bij een portfolio-assessment.

Een assessmentgesprek voeren

Tijdens een portfolio-assessment zijn de assessoren nieuwsgierig naar wat je precies hebt gedaan in de verschillende situaties die je hebt beschreven in je portfolio: hoe ben je tot keuzes gekomen en hoe ingewikkeld was het? Ze zullen je daar een aantal vragen over stellen. Dit gesprek kun je goed voorbereiden.

Het gesprek voorbereiden

Zorg altijd voor een goede voorbereiding op je assessmentgesprek. Dat kan bijvoorbeeld door de volgende stappen te doorlopen:

  1. Neem van tevoren opnieuw je portfolio door.
  2. Ga na of je bewijs en toelichting voldoende informatie bevatten over het vereiste professionele gedrag in de beoordelingscriteria. Zo niet, bedenk dan welke aanvullende informatie je wilt geven om te voldoen aan de criteria.
  3. Bedenk voorbeelden van vergelijkbare situaties waarbij je het professionele gedrag hebt laten zien (de T van Transfer).
  4. Bedenk voorbeelden van vergelijkbare situaties waarin het je niet is gelukt om een beroepsopdracht uit te voeren volgens de geldende criteria (de T van Tegendeel).
  5. Denk de voorbeelden uit aan de hand van de STARRT-methode.

Het gesprek voeren

Bekijk de video om een beeld te krijgen van een assessmentgesprek volgens de STARRT-methode.