Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.
Als je een project moet uitvoeren, heb je vaak met veel verschillende factoren en mensen te maken. Om te zorgen dat het project overzichtelijk wordt en blijft en om te zorgen dat het project tot een goed einde wordt gebracht, schrijf je een plan van aanpak.

De opbouw van een plan van aanpak

In een plan van aanpak vertel je waarom je dit project gaat uitvoeren, hoe je dat wilt doen en wat je ermee wilt bereiken.  Elk plan van aanpak hoort bij een ander project. Elk project is anders en dus zal ook elk plan van aanpak er anders uitzien. Zorg ervoor dat jouw plan van aanpak past bij je project. De onderstaande indeling kun je aanpassen aan jouw wensen. Je kunt de kopjes bijvoorbeeld verder onderverdelen en zo een specifiek plan van aanpak schrijven voor jouw project.

  • 1. Voorblad en inhoudsopgave

    Begin je plan van aanpak met een voorblad (titelblad) en inhoudsopgave. Op het voorblad staan de volgende gegevens:

    • Titel & eventuele ondertitel
    • Naam van het vak
    • Naam van de docent
    • Datum van voltooiing
    • Naam van de auteur(s)
    • Studentnummer(s)
    • E-mailadres student(en)
    • Opleiding

    Tip: geef het voorblad een zakelijke lay-out en zorg dat het inhoudelijk correct is.

    Na het voorblad volgt de inhoudsopgave. Zo krijgt de lezer een beeld van de grote lijn van de structuur. De inhoudsopgave is als volgt opgebouwd:

    • Genummerde hoofdstukken: Een plan van aanpak bestaat uit een aantal onderdelen; ieder onderdeel is een hoofdstuk.
    • Literatuurlijst: Dit is geen hoofdstuk maar een onderdeel.
    • Bijlagen: Zorg voor een informatieve titel, nummer bij meer dan één bijlage.

    Tip: zorg voor een overzichtelijke inhoudsopgave; is de opbouw van de hoofdstukken logisch?

  • 2. De aanleiding voor het project/de probleemstelling

    In het hoofdstuk met de aanleiding en probleemstelling geef je achtergrondinformatie over het project. Je geeft een situatieschets en je omschrijft de aanleiding van het project. Vaak komt een project voort uit een probleem dat moet worden opgelost. Als dat zo is, dan omschrijf je hier het probleem en eventueel de oorzaken ervan. In dit onderdeel kun je ook de structuur van het plan van aanpak benoemen. Dat geeft de lezer duidelijkheid over wat hij kan verwachten. Let er op dat je de aanleiding niet verwart met de doelstelling; deze bespreek je pas in het volgende hoofdstuk.

    Elementen probleemanalyse Toelichting
    Situatieschets
    • Korte bondige bedrijfsomschrijving
    • In welke omgeving (sector, markt, afdeling etc.) speelt het probleem zich af?
    Aanleiding
    • Waar komt de vraag vandaan, wat is de reden van de opdracht?
    Probleemanalyse
    • Wat is het probleem? Waarom is het een probleem? Wanneer is het een probleem? Waar doet het probleem zich voor? Wie heeft het probleem? Hoe lang bestaat het probleem al? Wat zijn mogelijke oorzaken? Wat is de urgentie? Hoe groot is het probleem?
  • 3. De doelstelling

    Bij de doelstelling vertel je wat je wilt bereiken met het project. Wat is het doel? Waartoe leidt het project? Het kan zijn dat een project meerdere doelstellingen heeft, noem deze dan allemaal. Vertel ook waarom het (voor de opdrachtgever) van belang is dat de doelen worden bereikt. Zorg dus dat je de volgende vragen beantwoordt in dit hoofdstuk:

    • Waarom wordt dit project uitgevoerd?
    • Wat is het belang van de opdrachtgever?
    • Wie heeft welk mogelijk voordeel van uitvoering van dit project?

    Nu je helder hebt wat je waarom wilt onderzoeken, moet je bij sommige opleidingen hier ook je (voorlopige) hoofd- en deelvragen formuleren. Daarmee krijg je een nog beter beeld en overzicht van de opdracht.

  • 4. De opdrachtbeschrijving

    In het hoofdstuk met de opdrachtbeschrijving vertel je precies wat de opdracht inhoudt. De opdracht vloeit voort uit de doelstelling(en) die je hiervoor hebt beschreven. Welke middelen ga je inzetten om dat doel of die doelen te bereiken? Meestal krijg je een duidelijke opdracht van een organisatie. Zorg dat de opdracht voor jezelf volledig duidelijk is. Wees bij de beschrijving van de opdracht ook zo specifiek mogelijk. Je beschrijft dus niet enkel de opdracht, maar ook de omvang van de opdracht, de manier waarop je zal rapporteren, het verwachte/gewenste resultaat enz. Als je een plan van aanpak schrijft voor een scriptie, vermeld je hier ook wat voor tussenproducten je op zal leveren. Ook als er beperkingen zijn die van belang zijn om te noemen, behandel je deze hier.

    Elementen opdrachtbeschrijving Toelichting
    Wat? Wat wordt er opgeleverd (definieer dit in concrete en/of meetbare resultaten)?
    Wie? Wie gaat het project uitvoeren?
    Wanneer? Wanneer wordt wat afgeleverd (eindproducten en/of deelproducten)?
  • 5. De werkwijze

    Nadat je hebt beschreven waarom je dit project doet, wat je ermee wilt bereiken en wat je precies gaat doen, beschrijf je nu hoe je dat gaat aanpakken. Je vertelt welke activiteiten je gaat ondernemen en wie en wat je precies nodig hebt. Je geeft dus ook aan wie er allemaal betrokken zijn bij het project en op welke manier. Hier bepaal je ook wat de projectgrenzen zijn: wat doe je wel en wat doe je niet. Je legt vast wat het werkgebied wordt (welke locatie, welke afdeling, welke bedrijfsprocessen etc.). Hier kun je ook vermelden hoe je de kwaliteit wilt gaan waarborgen tijdens het project, welke financiële middelen je tot je beschikking hebt en hoe de verdere organisatie verloopt.

    Elementen werkwijze Toelichting

    Hoe?

    Hoe ga je het project uitvoeren?
    Waar? Leg de projectgrenzen van je werkgebied vast: welke bedrijfsprocessen, afdelingen, locaties etc.
    Wat? Welke activiteiten ga je ondernemen?
    Wanneer? Hoe lang duurt een bepaalde activiteit, hoeveel manuren is er nodig?
    Waarmee? Wat is het budget?
    Met wie? Wie heb je nodig binnen het project en hoe vaak of hoe lang?
  • 6. De planning

    Als laatste neem je in je plan van aanpak een projectplanning (activiteitenplanning) op. Zo verdeel je de taken onderling. In de projectplanning staat overzichtelijk (vaak schematisch) aangegeven wie wat wanneer doet. Wees kritisch en zorg dat je geen onderdelen vergeet. Je neemt bijvoorbeeld ook in de planning op wanneer er geëvalueerd wordt. Je kan er ook voor kiezen om de benodigdheden die per stap noodzakelijk zijn toe te voegen in het schema.

  • Tips
    • Het is belangrijk dat iedereen die meewerkt aan het project, zich aan het plan van aanpak committeert. De kans op slagen zal daarmee flink toenemen. Hiervoor kan het helpen om een samenwerkingscontract (pdf) samen te stellen en te laten ondertekenen door alle projectleden.
    • Het is belangrijk dat je plan van aanpak goed geschreven is. Houd daarom rekening met de zinsbouw, je woordgebruik en stijl.

Samenwerkingscontract

Bij het maken van een plan van aanpak verdeel je van tevoren de rollen. Je legt de taken en verantwoordelijkheden vast in een samenwerkingscontract. Hierdoor is het helder wat de afspraken en verwachtingen zijn en is de kans groter dat het project slaagt. Het samenwerkingscontract stel je samen op en alle projectleden ondertekenen het.

  • Samenwerken: jouw rol binnen de groep

    Elke groep is anders, ieder mens is anders. Om goed met elkaar te kunnen samenwerken, is het verstandig om bij de start te bepalen welke rol je hebt in het projectteam. Mensen nemen in een team vaak dezelfde rol op zich. De ene persoon neemt bijvoorbeeld het initiatief om alles te regelen, terwijl een ander zorgt voor een goede sfeer binnen de groep. De Britse onderzoeker Belbin heeft onderzocht hoe mensen samenwerken en welke rollen vaak voorkomen:

    1. Voorzitter: neemt de leiding van de groep op zich. Luistert naar anderen en zorgt ervoor dat de groepsdoelen worden behaald.
    2. Afmaker: de persoon die het werk altijd afmaakt. Is perfectionistisch, systematisch en voelt zich sterk verantwoordelijk.
    3. Waarschuwer: de persoon die het proces en de tijd bewaakt.
    4. Groepswerker: houdt de groep bij elkaar, kan met iedereen overweg en zorgt voor een positieve sfeer. Heeft geen duidelijke eigen mening.
    5. Bedenker: de creatieveling die veel weet en steeds met nieuwe ideeën komt.
  • Format samenwerkingscontract

    Hieronder volgt een voorbeeld van een samenwerkingscontract. 

    Format samenwerkingscontract
    Namen van de projectleden + telefoonnummer +e-mailadres 1.
    2.
    3.
    4.
    5.

     

    Groepsregels
    Doelstelling Wat is het doel van het project?
    Werktijden Wanneer werk je aan het projectverslag? Doe je dit gezamenlijk of individueel, of allebei?
    Vergadertijden Wanneer vergader je en hoe lang? Waar ga je vergaderen?
    Afspraken communicatie Hoe communiceer je met elkaar? Maak je bijvoorbeeld een whatsapp-groep aan? Of gebruik je iets anders?
    Afspraken aanwezigheid Wat spreek je af over de aanwezigheid? Wat verwacht je van iemands aanwezigheid?
    Afspraken documenten delen Hoe deel je onderling de documenten? Welk hulpmiddel gebruik je (google drive, dropbox etc.)?
    Procedure bij niet-nakomen afspraken Wat gebeurt er als iemand zijn afspraken niet nakomt (niet aanwezig zijn, deadlines niet halen, niet communiceren etc.)? Werk je met waarschuwingen? Hoeveel? Wat zijn de consequenties?

     

    Taakverdeling
    Rol Taken
    Voorzitter  
    Afmaker  
    Groepswerker  
    Bedenker  

     

    Akkoord gemaakte afspraken
    Namen, datum, handtekening 1.
    2.
    3.
    4.
    5.