In een plan van aanpak vertel je waarom je dit project gaat uitvoeren, hoe je dat wilt doen en wat je ermee wilt bereiken. Elk plan van aanpak hoort bij een ander project. Elk project is anders en dus zal ook elk plan van aanpak er anders uitzien. Zorg ervoor dat jouw plan van aanpak past bij je project. De onderstaande indeling kun je aanpassen aan jouw wensen. Je kunt de kopjes bijvoorbeeld verder onderverdelen en zo een specifiek plan van aanpak schrijven voor jouw project.
Begin je plan van aanpak met een voorblad (titelblad) en inhoudsopgave. Op het voorblad staan de volgende gegevens:
Tip: geef het voorblad een zakelijke lay-out en zorg dat het inhoudelijk correct is.
Na het voorblad volgt de inhoudsopgave. Zo krijgt de lezer een beeld van de grote lijn van de structuur. De inhoudsopgave is als volgt opgebouwd:
Tip: zorg voor een overzichtelijke inhoudsopgave; is de opbouw van de hoofdstukken logisch?
In het hoofdstuk met de aanleiding en probleemstelling geef je achtergrondinformatie over het project. Je geeft een situatieschets en je omschrijft de aanleiding van het project. Vaak komt een project voort uit een probleem dat moet worden opgelost. Als dat zo is, dan omschrijf je hier het probleem en eventueel de oorzaken ervan. In dit onderdeel kun je ook de structuur van het plan van aanpak benoemen. Dat geeft de lezer duidelijkheid over wat hij kan verwachten. Let er op dat je de aanleiding niet verwart met de doelstelling; deze bespreek je pas in het volgende hoofdstuk.
| Elementen probleemanalyse | Toelichting |
|---|---|
| Situatieschets |
|
| Aanleiding |
|
| Probleemanalyse |
|
Bij de doelstelling vertel je wat je wilt bereiken met het project. Wat is het doel? Waartoe leidt het project? Het kan zijn dat een project meerdere doelstellingen heeft, noem deze dan allemaal. Vertel ook waarom het (voor de opdrachtgever) van belang is dat de doelen worden bereikt. Zorg dus dat je de volgende vragen beantwoordt in dit hoofdstuk:
Nu je helder hebt wat je waarom wilt onderzoeken, moet je bij sommige opleidingen hier ook je (voorlopige) hoofd- en deelvragen formuleren. Daarmee krijg je een nog beter beeld en overzicht van de opdracht.
In het hoofdstuk met de opdrachtbeschrijving vertel je precies wat de opdracht inhoudt. De opdracht vloeit voort uit de doelstelling(en) die je hiervoor hebt beschreven. Welke middelen ga je inzetten om dat doel of die doelen te bereiken? Meestal krijg je een duidelijke opdracht van een organisatie. Zorg dat de opdracht voor jezelf volledig duidelijk is. Wees bij de beschrijving van de opdracht ook zo specifiek mogelijk. Je beschrijft dus niet enkel de opdracht, maar ook de omvang van de opdracht, de manier waarop je zal rapporteren, het verwachte/gewenste resultaat enz. Als je een plan van aanpak schrijft voor een scriptie, vermeld je hier ook wat voor tussenproducten je op zal leveren. Ook als er beperkingen zijn die van belang zijn om te noemen, behandel je deze hier.
| Elementen opdrachtbeschrijving | Toelichting |
|---|---|
| Wat? | Wat wordt er opgeleverd (definieer dit in concrete en/of meetbare resultaten)? |
| Wie? | Wie gaat het project uitvoeren? |
| Wanneer? | Wanneer wordt wat afgeleverd (eindproducten en/of deelproducten)? |
Nadat je hebt beschreven waarom je dit project doet, wat je ermee wilt bereiken en wat je precies gaat doen, beschrijf je nu hoe je dat gaat aanpakken. Je vertelt welke activiteiten je gaat ondernemen en wie en wat je precies nodig hebt. Je geeft dus ook aan wie er allemaal betrokken zijn bij het project en op welke manier. Hier bepaal je ook wat de projectgrenzen zijn: wat doe je wel en wat doe je niet. Je legt vast wat het werkgebied wordt (welke locatie, welke afdeling, welke bedrijfsprocessen etc.). Hier kun je ook vermelden hoe je de kwaliteit wilt gaan waarborgen tijdens het project, welke financiële middelen je tot je beschikking hebt en hoe de verdere organisatie verloopt.
| Elementen werkwijze | Toelichting |
|---|---|
|
Hoe? |
Hoe ga je het project uitvoeren? |
| Waar? | Leg de projectgrenzen van je werkgebied vast: welke bedrijfsprocessen, afdelingen, locaties etc. |
| Wat? | Welke activiteiten ga je ondernemen? |
| Wanneer? | Hoe lang duurt een bepaalde activiteit, hoeveel manuren is er nodig? |
| Waarmee? | Wat is het budget? |
| Met wie? | Wie heb je nodig binnen het project en hoe vaak of hoe lang? |
Als laatste neem je in je plan van aanpak een projectplanning (activiteitenplanning) op. Zo verdeel je de taken onderling. In de projectplanning staat overzichtelijk (vaak schematisch) aangegeven wie wat wanneer doet. Wees kritisch en zorg dat je geen onderdelen vergeet. Je neemt bijvoorbeeld ook in de planning op wanneer er geëvalueerd wordt. Je kan er ook voor kiezen om de benodigdheden die per stap noodzakelijk zijn toe te voegen in het schema.
Bij het maken van een plan van aanpak verdeel je van tevoren de rollen. Je legt de taken en verantwoordelijkheden vast in een samenwerkingscontract. Hierdoor is het helder wat de afspraken en verwachtingen zijn en is de kans groter dat het project slaagt. Het samenwerkingscontract stel je samen op en alle projectleden ondertekenen het.
Elke groep is anders, ieder mens is anders. Om goed met elkaar te kunnen samenwerken, is het verstandig om bij de start te bepalen welke rol je hebt in het projectteam. Mensen nemen in een team vaak dezelfde rol op zich. De ene persoon neemt bijvoorbeeld het initiatief om alles te regelen, terwijl een ander zorgt voor een goede sfeer binnen de groep. De Britse onderzoeker Belbin heeft onderzocht hoe mensen samenwerken en welke rollen vaak voorkomen:
Hieronder volgt een voorbeeld van een samenwerkingscontract.
| Format samenwerkingscontract | |
|---|---|
| Namen van de projectleden + telefoonnummer +e-mailadres | 1. |
| 2. | |
| 3. | |
| 4. | |
| 5. | |
| Groepsregels | |
|---|---|
| Doelstelling | Wat is het doel van het project? |
| Werktijden | Wanneer werk je aan het projectverslag? Doe je dit gezamenlijk of individueel, of allebei? |
| Vergadertijden | Wanneer vergader je en hoe lang? Waar ga je vergaderen? |
| Afspraken communicatie | Hoe communiceer je met elkaar? Maak je bijvoorbeeld een whatsapp-groep aan? Of gebruik je iets anders? |
| Afspraken aanwezigheid | Wat spreek je af over de aanwezigheid? Wat verwacht je van iemands aanwezigheid? |
| Afspraken documenten delen | Hoe deel je onderling de documenten? Welk hulpmiddel gebruik je (google drive, dropbox etc.)? |
| Procedure bij niet-nakomen afspraken | Wat gebeurt er als iemand zijn afspraken niet nakomt (niet aanwezig zijn, deadlines niet halen, niet communiceren etc.)? Werk je met waarschuwingen? Hoeveel? Wat zijn de consequenties? |
| Taakverdeling | |
|---|---|
| Rol | Taken |
| Voorzitter | |
| Afmaker | |
| Groepswerker | |
| Bedenker | |
| Akkoord gemaakte afspraken | |
|---|---|
| Namen, datum, handtekening | 1. |
| 2. | |
| 3. | |
| 4. | |
| 5. | |