Vooral als je voor vakgenoten schrijft, is het van belang dat je argumentatie grondig is uitgewerkt. Je lezers weten immers ook veel van je onderwerp af en zullen zich kritisch opstellen.
Het argumentatieproces verloopt in vier stappen:
Stap 1 van het argumentatieproces is het formuleren van je standpunt en het selecteren van je argumenten. Dit kun je doen als je de literatuur grondig hebt bestudeerd en eventueel veldonderzoek hebt verricht.
Let bij het formuleren van je standpunt op de volgende twee punten:
Inventariseer vervolgens welke argumenten voor en tegen worden gegeven en ga na welke je gebruikt om je standpunt te verdedigen. Voeg argumenten toe totdat je denkt dat de meest kritische lezer het standpunt aanvaardt. Je betoog wordt sterker als je rekening houdt met kritische reacties van de lezers. Probeer tegenargumenten te weerleggen.
Het gaat er niet om zo veel mogelijk argumenten te hebben. De argumenten moeten vooral duidelijk zijn en kloppen. Het standpunt moet aan de hand van de argumenten stevig onderbouwd zijn. Zet de argumenten die je gaat gebruiken in een argumentatieschema, ook wel argumentatiestructuur genoemd. Een schema geeft een goed overzicht van het betoog. Je ziet of je voldoende argumenten hebt en of ze sterk genoeg zijn.
Er zijn vier vormen van argumentatie die je kunt gebruiken in je schema: enkelvoudige, meervoudige, nevenschikkende en onderschikkende argumentatie.
Bij enkelvoudige argumentatie onderbouw je je standpunt met één argument:
Bij meervoudige argumentatie gebruik je meer dan één argument. Ieder argument is extra en staat los van de andere argumenten. Een meervoudige argumentatie is de sterkste argumentatiestructuur:
Bij nevenschikkende argumentatie vormen twee deelargumenten samen een argument. De argumenten onderbouwen samen het standpunt. Als je een van de twee ontkracht, klopt je argumentatie niet meer:
Bij onderschikkende argumentatie ondersteunt een argument een ander argument:
Een zogenaamde argumentatiestructuur is een handig hulpmiddel om de aanvaardbaarheid van jouw argumentatie te beoordelen. Om argumenten te beoordelen stel je jezelf drie vragen:
In dit voorbeeld is de eerste uitspraak natuurlijk fout maar lang niet altijd is duidelijk dat opgevoerde feiten en cijfers niet kloppen. Controleer bij twijfel daarom cijfers en feiten die je zelf gebruikt en/of die je uit teksten van anderen gebruikt in betrouwbare bronnen.
Wanneer je beoordeelt of een argumentatie voldoende is uitgewerkt, let dan vooral op de sterkte van de argumenten. Het gaat met andere woorden meer om de kwaliteit van de argumenten dan om de kwantiteit.
In de eerste redenering leidt het argument dat iemand dol op suiker is, niet automatisch tot de conclusie dat ze misschien diabetes heeft. Het argument van de bloedsuikerwaarden ondersteunt veel beter de uitspraak dat iemand mogelijk diabetes heeft.
De argumentatiestructuur biedt houvast bij het formuleren van je tekst. Je weet immers hoe het standpunt en de argumenten inhoudelijk met elkaar samenhangen. Let bij het uitwerken van je argumentatiestructuur op het volgende:
Probeer bij het verwoorden van je standpunt – dus je mening – zo concreet mogelijk te zijn: baken het standpunt voldoende af. Zorg voor een concreet en duidelijk standpunt.
Er zijn drie typen standpunten: beschrijvende, waarderende en aansporende standpunten.
Je beschrijft een feit; je uitspraken kunnen juist of onjuist zijn.
Je beoordeelt iets op een bepaalde manier; je geeft een waardeoordeel.
Je geeft aan dat er maatregelen genomen moeten worden; je geeft een advies.
Als je argumenten gebruikt om je standpunt te onderbouwen, is het belangrijk dat de lezer deze argumenten ook duidelijk herkent als argumenten. Verder is het belangrijk dat je je woordgebruik afwisselt om zo je tekst levendig en aantrekkelijk te maken. Gebruik signaal- en verwijswoorden om je argumenten helder te onderbouwen. Zorg er zo voor dat je betoog begrijpelijk is.
Maar hoe formuleer je een standpunt? Dat kan bijvoorbeeld met de volgende formuleringen:
Bron: Eemeren, F. van, Garssen, B. en E. Rietstap (2005). Overtuigend schrijven. Utrecht/Zutphen: Thieme Meulenhoff.
Een debat of discussie is geslaagd als iedereen voldoende aan het woord kan komen, de meningen verdeeld zijn en de deelnemers betrokken zijn bij het onderwerp. Als voorzitter moet je bovendien praktische zaken in de gaten houden als de groepsgrootte, de tijd en de indeling in de ruimte.
Wat moet je voorafgaand aan de discussie of het debat doen?
Een discussie of een debat kan gemakkelijk verzanden in een hoop gepraat. Een goede discussie verloopt daarom idealiter in een aantal fases:
Hoe zorg je ervoor dat een discussie prettig verloopt, dat iedereen aan het woord komt en dat je binnen de gestelde tijd blijft?
De mogelijke discussieonderwerpen zijn natuurlijk eindeloos, maar goede onderwerpen voldoen aan een aantal eisen:
Als je meedoet aan een debat of discussie, moet je de tegenstander van je standpunt overtuigen. Het argumentatieproces is een handig hulpmiddel bij je voorbereiding.
Hoe overtuig je de tegenstander van jouw standpunt? Ten eerste natuurlijk door goede argumenten te geven. Maar tijdens een discussie is het ook belangrijk om je aan een aantal richtlijnen te houden: