Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.
Hoe overtuigend je bent, hangt af van de argumenten die je gebruikt om je standpunten te ondersteunen en de manier waarop je deze presenteert.

Het argumentatieproces doorlopen

Vooral als je voor vakgenoten schrijft, is het van belang dat je argumentatie grondig is uitgewerkt. Je lezers weten immers ook veel van je onderwerp af en zullen zich kritisch opstellen.

Het argumentatieproces verloopt in vier stappen:

  • 1. Een standpunt formuleren en argumenten selecteren

    Stap 1 van het argumentatieproces is het formuleren van je standpunt en het selecteren van je argumenten. Dit kun je doen als je de literatuur grondig hebt bestudeerd en eventueel veldonderzoek hebt verricht.

    Let bij het formuleren van je standpunt op de volgende twee punten:

    • Controleer of het standpunt aansluit op de gestelde onderzoeksvraag.
    • Stel vast hoe stellig het standpunt geformuleerd kan worden.

    Inventariseer vervolgens welke argumenten voor en tegen worden gegeven en ga na welke je gebruikt om je standpunt te verdedigen. Voeg argumenten toe totdat je denkt dat de meest kritische lezer het standpunt aanvaardt. Je betoog wordt sterker als je rekening houdt met kritische reacties van de lezers. Probeer tegenargumenten te weerleggen.

  • 2. Een argumentatieschema maken

    Het gaat er niet om zo veel mogelijk argumenten te hebben. De argumenten moeten vooral duidelijk zijn en kloppen. Het standpunt moet aan de hand van de argumenten stevig onderbouwd zijn. Zet de argumenten die je gaat gebruiken in een argumentatieschema, ook wel argumentatiestructuur genoemd. Een schema geeft een goed overzicht van het betoog. Je ziet of je voldoende argumenten hebt en of ze sterk genoeg zijn.

    Aandachtspunten

    • Zet pijlen in het schema om het onderlinge verband van de argumenten te laten zien.
    • Schrijf in het schema de juiste signaalwoorden tussen de argumenten.
    • Voer de 'want/dus'-proef uit als je twijfelt over de volgorde van de argumentatie: van standpunt naar argument ga je met want, van argument naar standpunt met dus.
    • Lees bij betoog hoe je je argumenten het helderst verwoordt.

    Argumentatievormen

    Er zijn vier vormen van argumentatie die je kunt gebruiken in je schema: enkelvoudige, meervoudige, nevenschikkende en onderschikkende argumentatie.

    1. Enkelvoudige argumentatie

    Bij enkelvoudige argumentatie onderbouw je je standpunt met één argument:

    2. Meervoudige argumentatie

    Bij meervoudige argumentatie gebruik je meer dan één argument. Ieder argument is extra en staat los van de andere argumenten. Een meervoudige argumentatie is de sterkste argumentatiestructuur:

    3. Nevenschikkende argumentatie

    Bij nevenschikkende argumentatie vormen twee deelargumenten samen een argument. De argumenten onderbouwen samen het standpunt. Als je een van de twee ontkracht, klopt je argumentatie niet meer:

    4. Onderschikkende argumentatie

    Bij onderschikkende argumentatie ondersteunt een argument een ander argument:

  • 3. De aanvaardbaarheid van argumentatie beoordelen

    Een zogenaamde argumentatiestructuur is een handig hulpmiddel om de aanvaardbaarheid van jouw argumentatie te beoordelen. Om argumenten te beoordelen stel je jezelf drie vragen:

    • Is de argumentatie inhoudelijk correct?
    • Is de argumentatie inhoudelijk voldoende uitgewerkt?
    • Ondersteunt de argumentatie het standpunt?

    Voorbeelden beoordelen aanvaardbaarheid

    Is de argumentatie inhoudelijk correct?

    In dit voorbeeld is de eerste uitspraak natuurlijk fout maar lang niet altijd is duidelijk dat opgevoerde feiten en cijfers niet kloppen. Controleer bij twijfel daarom cijfers en feiten die je zelf gebruikt en/of die je uit teksten van anderen gebruikt in betrouwbare bronnen.

    Is de argumentatie inhoudelijk voldoende uitgewerkt?

    Wanneer je beoordeelt of een argumentatie voldoende is uitgewerkt, let dan vooral op de sterkte van de argumenten. Het gaat met andere woorden meer om de kwaliteit van de argumenten dan om de kwantiteit.

    Ondersteunen de argumenten het standpunt?

    In de eerste redenering leidt het argument dat iemand dol op suiker is, niet automatisch tot de conclusie dat ze misschien diabetes heeft. Het argument van de bloedsuikerwaarden ondersteunt veel beter de uitspraak dat iemand mogelijk diabetes heeft.

  • 4. De argumentatiestructuur uitwerken

    De argumentatiestructuur biedt houvast bij het formuleren van je tekst. Je weet immers hoe het standpunt en de argumenten inhoudelijk met elkaar samenhangen. Let bij het uitwerken van je argumentatiestructuur op het volgende:

    • Zorg voor een logische volgorde. Plaats je standpunt in een tekst aan het begin en herhaal het aan het eind van de conclusie. Begin met de meest aansprekende argumenten.
    • Laat de alinea-indeling corresponderen met de argumentatie. Neem losstaande argumenten en de uitwerking ervan op in aparte alinea’s. Neem de argumenten die inhoudelijk bij elkaar horen, op in één alinea.
    • Gebruik signaal- en verwijswoorden voor argumentatie om samenhang in de tekst aan te brengen.

    Hoe breng je een standpunt onder woorden?

    Probeer bij het verwoorden van je standpunt – dus je mening – zo concreet mogelijk te zijn: baken het standpunt voldoende af. Zorg voor een concreet en duidelijk standpunt.

    Er zijn drie typen standpunten: beschrijvende, waarderende en aansporende standpunten.

    Beschrijvende standpunten

    Je beschrijft een feit; je uitspraken kunnen juist of onjuist zijn.

    Waarderende standpunten

    Je beoordeelt iets op een bepaalde manier; je geeft een waardeoordeel.

    Aansporende standpunten

    Je geeft aan dat er maatregelen genomen moeten worden; je geeft een advies.

    Hoe breng je argumenten onder woorden?

    Als je argumenten gebruikt om je standpunt te onderbouwen, is het belangrijk dat de lezer deze argumenten ook duidelijk herkent als argumenten. Verder is het belangrijk dat je je woordgebruik afwisselt om zo je tekst levendig en aantrekkelijk te maken. Gebruik signaal- en verwijswoorden om je argumenten helder te onderbouwen. Zorg er zo voor dat je betoog begrijpelijk is.

    Maar hoe formuleer je een standpunt? Dat kan bijvoorbeeld met de volgende formuleringen:

    • Naar mijn mening ...
    • Ik vind dat …
    • Ik denk dat …
    • Volgens mij …
    • Ik heb het idee dat …
    • Mijns inziens …
    • Het is duidelijk dat ...
    • De conclusie moet zijn dat ...

Bron: Eemeren, F. van, Garssen, B. en E. Rietstap (2005). Overtuigend schrijven. Utrecht/Zutphen: Thieme Meulenhoff.

Het organiseren van een debat of discussie

Een debat of discussie is geslaagd als iedereen voldoende aan het woord kan komen, de meningen verdeeld zijn en de deelnemers betrokken zijn bij het onderwerp. Als voorzitter moet je bovendien praktische zaken in de gaten houden als de groepsgrootte, de tijd en de indeling in de ruimte.

  • Hoe organiseer je een goed debat?

    De voorbereiding

    Wat moet je voorafgaand aan de discussie of het debat doen?

    • Bedenk wat het doel is. Moet er na afloop een besluit genomen worden, bijvoorbeeld in een stemming? Of heeft de discussie een wedstrijdelement en is de vraag wie de beste debater is? Bedenk in dat geval hoe je de winnaar kiest.
    • Nodig deelnemers uit; een discussie verloopt vaak het beste als er tien à twintig deelnemers zijn.
    • Zorg voor een prikkelende en concrete stelling waar mensen gemakkelijk op kunnen reageren. Kies bijvoorbeeld voor een stelling als: ‘Hbo’ers hoeven tegenwoordig niet meer te kunnen spellen.’
    • Zorg voor een geschikte ruimte waarin de stoelen goed opgesteld kunnen worden, zodat de voor- en tegenstanders gescheiden zitten. Bij een online debat kun je bijvoorbeeld achtergronden aanleveren die de voor- en tegenstanders van elkaar onderscheiden.
    • Bereid een welkomstwoord, een inleiding, een tijdschema en een afsluiting voor.
    • Bedenk hoe de discussie kan verlopen. Welke onderwerpen komen aan bod, over welke deelonderwerpen wil je het zeker hebben? Welke vragen kun je stellen als de discussie dreigt te stokken of als deelnemers afdwalen?

    De structuur van een debat of discussie

    Een discussie of een debat kan gemakkelijk verzanden in een hoop gepraat. Een goede discussie verloopt daarom idealiter in een aantal fases:

    • Welkomstwoord door de voorzitter
    • Inleiding: een korte inleiding over het onderwerp. Hierin komen het belang van het onderwerp, het doel van de discussie en de tijdsplanning aan bod. De voorzitter eindigt de inleiding met een pakkende stelling waarop gereageerd kan worden.
    • Discussie: deelnemers geven hun mening over het onderwerp en voeren argumenten aan.
    • Afsluiting: de voorzitter geeft een samenvatting van de discussie, trekt conclusies en bedankt alle deelnemers.

    Het leiden van een debat of discussie

    Hoe zorg je ervoor dat een discussie prettig verloopt, dat iedereen aan het woord komt en dat je binnen de gestelde tijd blijft?

    • Houd de tijd in de gaten.
    • Houd tijdens de discussie het hoofdonderwerp in de gaten; als deelnemers afwijken, grijp dan in en stuur de discussie.
    • Als de discussie dreigt te stokken, stel dan nieuwe vragen of geef een samenvatting.
    • Als iemand zijn mening niet duidelijk verwoordt, stel vragen om verduidelijking te krijgen.
    • Als deelnemers stil zijn of niet aan het woord komen, geef hen dan een beurt door expliciet hun mening te vragen.
    • Als je denkt dat mensen belangrijke thema’s vergeten, neem het woord en stel vragen waar mensen weer verder op kunnen reageren.
    • Maak aantekeningen tijdens de discussie. Zo kun je aan het eind een samenvatting geven.

    Mogelijke discussieonderwerpen

    De mogelijke discussieonderwerpen zijn natuurlijk eindeloos, maar goede onderwerpen voldoen aan een aantal eisen:

    • Ze zijn geformuleerd in de vorm van een concrete en prikkelende stelling.
    • Ze zijn actueel.
    • De deelnemers zijn betrokken bij het onderwerp.
    • De meningen over het onderwerp zijn verdeeld.

    Voorbeelden van stellingen

Meedoen aan een debat of discussie

Als je meedoet aan een debat of discussie, moet je de tegenstander van je standpunt overtuigen. Het argumentatieproces is een handig hulpmiddel bij je voorbereiding.

  • Waarop kun je letten tijdens het debat of de discussie zelf?

    Hoe overtuig je de tegenstander van jouw standpunt? Ten eerste natuurlijk door goede argumenten te geven. Maar tijdens een discussie is het ook belangrijk om je aan een aantal richtlijnen te houden:

    • Het standpunt dat je naar voren brengt, moet je ook verdedigen als daarom gevraagd wordt.
    • Houd je aan het onderwerp en dwaal niet te veel af.
    • Formuleer je standpunt en argumenten zo helder mogelijk; geef voorbeelden om je argumenten te verduidelijken.
    • Let op je stem. Varieer in je volume en tempo. Varieer in je intonatie om ergens meer of minder nadruk op te leggen.
    • Ga in op wat de spreker vóór je heeft gezegd; reageer op de inhoud, niet op de persoon.
    • Laat andere sprekers uitspreken.

    Tips voor een goede voorbereiding

    • Bekijk op NPO Start discussie- of debatprogramma’s; zoek daarvoor op 'debat'.
    • Kijk online Tweede Kamerdebatten.
    • Oefen met de tips op Debatrix of het lesmateriaal van de DebatUnie.
    • Organiseer zelf een debat of discussie.