If you think you understand something, and don’t write down your ideas, you only think you’re thinking.Leslie Lamport
ChatGPT en andere taalmodellen zijn – kort door de bocht – woordmachines die op basis van statistiek het volgende woord voorspellen. Ze ‘begrijpen’ dus niets. Daardoor kunnen taalmodellen onbetrouwbaar zijn, maar bruikbaar als je je daarvan bewust bent.
De focus ligt hier op schrijfvaardigheid, omdat schrijven een taak is die GenAI geheel of gedeeltelijk kan overnemen. De daarmee samenhangende vaardigheid, leesvaardigheid, komt eveneens aan bod.
Hieronder gaan we in op taalmodellen en in het bijzonder generatieve AI (GenAI):
Een taalbewuste docent werkt doelgericht toe naar het taalniveau dat van een afgestudeerde verwacht wordt. Met de ontwikkeling in taalvaardigheid stimuleert deze docent ook de denkontwikkeling van studenten. Dat geldt zeker voor schrijven: als een student leert schrijven, leert die tegelijk (kritisch) denken. Het helpt daarbij om het schrijven als een proces te benaderen (zie figuur 1).
GenAI kan hierin op verschillende momenten en manieren ondersteunen. Het is vooral de vraag hoeveel ruimte je GenAI wilt geven. Je kunt het schrijven geheel en al aan GenAI overlaten (waarbij het leereffect gering zal zijn), of juist alles zelf doen. Of je kiest voor een tussenweg.
In hoeverre je GenAI laat inzetten door je studenten, hangt niet alleen af van de leerdoelen en het soort beoordeling. Het gaat wat betreft schrijfvaardigheid vooral om de begrippen beginner en expert:
AI-geletterdheid: ook hiervoor geldt dat een beginner nog niet weet hoe een sterke prompt (= opdracht aan het systeem) te formuleren en leert daardoor minder. Een expert kan sterke prompts formuleren waarin juist het leren vooropstaat.
Dit principe is verbeeld in figuur 3.
Juist bij (bijna) volledige tekstgeneratie door GenAI slaan studenten een deel van de stappen in het schrijfproces – en daarmee in het denkproces – over. Beginners leren dan minder, terwijl het denken van expert juist uitgedaagd wordt. Een focus op het schrijfproces is in het onderwijs dan ook belangrijk, bijvoorbeeld door meer formatief te beoordelen.
De vraag is bovendien of verbeteren door een mens wel zo veel makkelijker is dan (zelf) schrijven: de GenAI-teksten lijken vaak al goed, waardoor het verbeteren gevorderde schrijf- en leesvaardigheden vereist. Je moet niet alleen kunnen redigeren maar je hebt ook voldoende inhoudelijke kennis nodig. Juist experts hebben die kennis en vaardigheid om de tekst te kunnen beoordelen, en leren daarom meer.
Als docenten hebben wij de taak om studenten te ondersteunen in de taal- en denkvaardigheden die zij op het hbo leren en ontwikkelen. Dat geldt dus ook wanneer zij – of wij – GenAI inzetten: we blijven onze studenten helpen om hun taal- en denkvaardigheden te ontwikkelen. Het bijzondere aan menselijke taal zit niet alleen in de complexiteit ervan. Het gaat juist ook om onuitgesproken en/of onbewuste signalen in de communicatie. Wanneer studenten opmerken dat ze je lesstof maar moeilijk vinden, dan probeer jij als docent het nog eens anders uit te leggen. Jij leidt de bedoeling uit hun opmerkingen af. GenAI kan alleen nabootsen: het lijkt op begrip, maar is het niet.
Als docenten hebben wij de taak om studenten te ondersteunen in de taal- en denkvaardigheden die zij op het hbo leren en ontwikkelen. Dat geldt dus ook wanneer GenAI wordt ingezet.
Bij schrijfopdrachten geef je als docent studenten input die ze kunnen verbinden met hun eigen voorkennis en met andere vakken. Die input verwerken zij, waardoor een tekst ontstaat – de output. Daar geef jij vervolgens feedback op. Die feedback biedt input om weer te verwerken, enzovoorts (figuur 4a).
Wat gebeurt er als GenAI dit proces bijna geheel van de student overneemt? Leert die student dan nog? Weet je als docent nog of een student jou heeft begrepen? Kan de student de vakinhoud ook toepassen in een nieuwe context? Met GenAI wordt de process-taak (de verwerking) geheel of gedeeltelijk overgeslagen. Hierdoor dreigt het product – de output – in plaats van het proces centraal te staan (figuur 4b).
Als docent is het je taak om de nadruk weer op het schrijf- en denkproces te krijgen, zodat je leermomenten creëert voor je studenten. Dat kan door hybride intelligentie (figuur 4c): van mens via machine naar mens. De mens blijft aan het roer van het schrijf- en denkproces.
Studenten moeten goed (kunnen) lezen om een AI-gegenereerde tekst te kunnen beoordelen. Daarbij veronderstellen we dus een hoge leesvaardigheid (de technische vaardigheid, maar ook voorkennis, motivatie, passieve woordkennis en structuurkennis) én informatievaardigheid (onder andere het beoordelen van de validiteit van een tekst). Als taal- én als vakdocent is het dus belangrijk dat je je studenten hierin ondersteunt.
Een ander aandachtspunt is het soort teksten dat studenten lezen, omdat teksten via GenAI kunnen worden samengevat, verduidelijkt of geherformuleerd. Zorg dus dat je GenAI op zo'n manier inzet dat het de (groei van de) leesvaardigheid niet belemmert, maar juist stimuleert, bijvoorbeeld door rijke teksten aan te bieden.
Je kunt GenAI verbieden in je lessen, maar de realiteit leert dat studenten er wel mee werken – al is het maar omdat ze er later in hun werkveld op een verantwoorde manier mee moeten kunnen omgaan. Bovendien biedt GenAI ook kansen voor taal- en denkontwikkeling. Hoe kun je in je les bijdragen aan taalgroei, dankzij én ondanks GenAI?
Garbage in, garbage out
Houd er in de opdrachtbeschrijvingen rekening mee dat een deel van je studenten GenAI inzet bij schrijfopdrachten, maar dat je het gebruik ervan niet mag verplichten. Geef daarom bijvoorbeeld in de opdracht aan op welke momenten ze GenAI zouden kunnen inzetten, hoe ze dat doen, en of en hoe ze dat moeten verantwoorden; zie ook hierna.
Test je opdrachtbeschrijving door deze door een taalmodel te laten uitvoeren. Zo weet je of je opdracht helder is en in welke mate studenten uitgedaagd worden om zelf te blijven denken. Wordt bijvoorbeeld duidelijk en eenduidig wat doel en publiek van je opdracht zijn, als je het resultaat beoordeelt? Is de opdracht uit te voeren zonder eigen inbreng van de student of moet deze zelf ook blijven nadenken?
Test je studiehandleiding door er een video of podcast van te laten genereren. Krijg je onverwachte interpretaties, dan kan je tekst misschien nog eenduidiger. Is alles naar wens, dan heb je meteen een aantrekkelijk alternatief om je studenten te informeren over jouw vak.
Besteed veel aandacht aan prompt engineering: de vaardigheid om goede opdrachten aan een taalmodel te geven. Dat kan bijvoorbeeld met een format dat het schrijfproces volgt: het DO ASK IT-model. DO ASK IT staat voor:
DO: DOel (welke taak?)
ASK: Audience (welk publiek?) + Scope (bv. aantal woorden) + Knowledge (welke concepten en theorieën?)
IT: Input (eigen materiaal) + Template (voorwaardelijke eisen, bv. PowerPoint)
Be smart, not lazy
“Je bent expert in de Nederlandse taal. Controleer de volgende tekst op spelling en grammatica. Het doel is dat ik ervan leer. Verbeter de tekst en geef de wijzigingen aan in vet. Geef ook drie korte, praktische tips op basis van mijn fouten.”
“Je bent expert in de Nederlandse taal. Controleer de volgende tekst op lidwoorden. Het doel is dat ik ervan leer. Verbeter in deze tekst ALLEEN de lidwoorden en geef de wijzigingen aan in vet. Geef ook drie korte, praktische tips op basis van mijn fouten.”
Daarbij kunnen ze bijvoorbeeld de volgende prompts, waarmee taalontwikkelkansen van je studenten centraal staan, gebruiken:
There is no way to AI-proof essay-writing as a form of assessment.Alicja Syska
Een algemene tip is om studenten te laten oefenen met prompts schrijven. Je kunt dan met elkaar bepalen welke prompt wat voor leereffect oplevert. We noemen hier enkele werkvormen die hopelijk inspireren tot verdere experimenten met GenAI.
Kortom, houd je studenten aan het roer van hun taal- en denkontwikkeling.
Onze bronnen zijn zeker ook onze leestips als je je verder wilt verdiepen in taal en generatieve AI:
Vlieghe, J., & Koopal, W. (2024, 29 augustus). AI leert je niet wat schrijven is. De Standaard. Geraadpleegd op 5 september 2024, https://archive.ph/2024.08.29-151117/https://m.standaard.be/cnt/dmf20240828_96420924