Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.
Wat kun je als docent doen om taal- en denkontwikkeling bij je studenten ondanks én dankzij generatieve AI te stimuleren?
If you think you understand something, and don’t write down your ideas, you only think you’re thinking. Leslie Lamport

Taalmodellen zijn – kort door de bocht – woordmachines die op basis van statistiek het volgende woord voorspellen. Ze ‘begrijpen’ dus niets. Daardoor kunnen taalmodellen onbetrouwbaar zijn, maar bruikbaar als je je daarvan bewust bent.

De focus ligt hier op schrijfvaardigheid, omdat schrijven een taak is die GenAI geheel of gedeeltelijk kan overnemen. De daarmee samenhangende vaardigheid, leesvaardigheid, komt eveneens aan bod.

Hieronder gaan we in op taalmodellen en in het bijzonder generatieve AI (GenAI):

  • hoe GenAI taal, leren en denken met elkaar samenhangen
  • hoe studenten met taal en GenAI kunnen omgaan
  • hoe docenten kunnen bijdragen aan taalgroei, dankzij én ondanks GenAI

GenAI en taalbewust onderwijs

Een taalbewuste docent werkt doelgericht toe naar het taalniveau dat van een afgestudeerde verwacht wordt. Dat betekent dat de afgestudeerde zich analytisch, conceptueel en creatief kan uiten. Met de ontwikkeling in taalvaardigheid stimuleert deze docent ook de denkontwikkeling van studenten. Dat geldt zeker voor schrijven: als een student leert schrijven, leert die tegelijk (kritisch) denken. Het helpt daarbij om het schrijven als een proces te benaderen (zie figuur 1). 

Figuur 1. Het schrijfproces
Figuur 1. Het schrijfproces

GenAI kan hierin op verschillende momenten en manieren ondersteunen. Daarvoor moet een docent wel AI-geletterd zijn om het GenAI-gebruik door studenten te kunnen begeleiden. Ook moet een docent zelf GenAI verantwoord kunnen inzetten, bijvoorbeeld in lesontwerp, feedback en begeleiding.

Figuur 2. De mens blijft essentieel in het schrijfproces, de machine is een assistent.
Figuur 2. De mens blijft essentieel in het schrijfproces, de machine is een assistent.

Wanneer kun je GenAI laten inzetten door je studenten, opdat ze hun taal- en denkvaardigheid blijven ontwikkelen? We doen een voorstel:

Stap Actie Wie doet het (denk)werk?
1 (Oriënteren) De opdracht begrijpen GenAI als docent + de student zelf
2 (Oriënteren) Bronnen lezen GenAI als leesassistent + de student zelf
3 (Oriënteren) Aantekeningen maken  De student zelf
4 (Structureren) Een opzetje maken (tekststructuur)  GenAI als brainstormmaatje + de student zelf
5 (Formuleren) Kladversie schrijven  De student zelf
6 (Formuleren) Mooiere versies schrijven GenAI als feedbackgever + de student zelf
7 (Redigeren) Alles nogmaals controleren GenAI als corrector + de student zelf
8 Inleveren! De student zelf

De begrippen beginner en expert geven handvatten om te bepalen in hoeverre je GenAI laat inzetten door je studenten bij een of meer stappen in het schrijfproces:

  • Fase in het leerproces: een beginner (novice learner) moet eerst zelf aan het werk om domeinkennis en taal- en denkvaardigheid op te doen. Een meer gevorderde student (expert learner) kan meer/vaker GenAI inzetten, doordat die een stevige basis kan versterken op een gerichte en verantwoorde wijze.
  • AI-geletterdheid: ook hiervoor geldt dat een beginner nog niet weet hoe een sterke prompt (= opdracht aan het systeem) te formuleren en daardoor deze minder. Een expert kan sterke prompts formuleren waarin juist het leren vooropstaat. 

Dit principe is verbeeld in figuur 3.

Figuur 3. Beginner vs. expert
Figuur 3. Beginners vertrouwen op de output van GenAI en ervaren minder cognitieve belasting, maar hebben minder diepgaand begrip. Experts gebruiken GenAI strategisch. Zij ervaren óók minder cognitieve belasting, maar: zijn nog altijd betrokken bij materiaal. (Bron: De Wachter et al., 2024; Kosmyna et al., 2025)

Leren ontstaat door frictie. Juist bij (bijna) volledige tekstgeneratie door GenAI slaan studenten de stappen in het schrijfproces – en daarmee in het denkproces – over. Dit vraagt dus om minder cognitieve belasting én minder hersenactiviteit. Daarmee ontstaat een ‘performance paradox’: je studenten produceren veel, maar ze leren er nauwelijks iets van, wat zeker voor de langere termijn nadelige effecten heeft. 

Beginners, die alles overlaten aan GenAI, denken zelf nauwelijks meer na; dit wordt schadelijk offloaden genoemd. De teksten hebben correcte zinnen, een goede spelling en overtuigende toon. Maar waar is hun diepgaand begrip, kritische reflectie of authentieke stem? Die ontbreekt wanneer een student als beginner het schrijf- en denkproces overslaat. 

Het denken van experts wordt juist uitgedaagd. Zij weten wanneer ze GenAI kunnen inzetten. Door bijvoorbeeld alleen een grammaticacheck uit te besteden ontstaat positief offloaden. Hun brein krijgt dan namelijk ruimte voor het diepere denkwerk. 

Je gaat ook niet naar de sportschool met een heftruck om je gewichten te liften. Nele Goutier (2026, 4 april). AI-Media Journaal. Wat doen we met alle tijd die AI ons oplevert?

GenAI en taalvaardigheid

Als docenten hebben wij de taak om studenten te ondersteunen in de taal- en denkvaardigheden die zij op het hbo leren en ontwikkelen. Dat geldt dus ook wanneer zij – of wij – GenAI inzetten. Daarbij is een focus op het denk- en schrijfproces in plaats van het schrijfproduct essentieel. 

  • De ontwikkeling van schrijfvaardigheid

    Bij taalontwikkeling is aandacht voor feedback essentieel om het leerproces te stimuleren. Traditioneel gaf je bij schrijfopdrachten als docent je studenten input. Die konden ze vervolgens verbinden met hun eigen voorkennis (en met andere vakken). De input verwerkten zij tot een geschreven tekst: de output. Daar gaf jij vervolgens feedback op. Die feedback bood input om weer te verwerken, enzovoorts (figuur 4a). Hierbij stond het proces centraal, maar werd bovenal de output beoordeeld. 

    Nu het mogelijk is om GenAI (bijna) alle schrijf- en denkstappen van de student te laten overnemen, staat vaak nog altijd het product – de output – in plaats van het proces centraal (figuur 4b). Daarmee loop je het risico dat je GenAI beoordeelt, in plaats van het denkproces en de schrijfvaardigheid van je studenten.

    Als docent moet je de nadruk weer op het schrijf- en denkproces krijgen, zodat je leermomenten creëert voor je studenten. Dat kan door ze te stimuleren om zelf de input te leveren, en GenAI als assistent te gebruiken: van mens (via machine) naar mens. De student blijft dan aan het roer van het schrijf- en denkproces (figuur 4c). Daarbij kan het helpen om meer formatief te beoordelen, dus op het proces.

    Figuur 4. Verschillende feedbackprocessen
    Figuur 4. Verschillende feedbackprocessen: traditioneel (a), volledig door GenAI (b) en hybride (c)
  • De ontwikkeling van leesvaardigheid

    Studenten moeten goed (kunnen) lezen om een AI-gegenereerde tekst te kunnen beoordelen. Daarbij veronderstellen we dus een hoge leesvaardigheid (de technische vaardigheid, maar ook voorkennis, motivatie, passieve woordkennis en structuurkennis) én informatievaardigheid (onder andere het beoordelen van de validiteit van een tekst). 

    Als taal- én als vakdocent is het dus belangrijk dat je je studenten begeleidt in hun leesvaardigheid. Dat kan bijvoorbeeld door rijke teksten aan te bieden. Ook kun je verschillende leesstrategieën inzetten: teksten kunnen bijvoorbeeld via GenAI worden samengevat voor een globale lezing, of verduidelijkt of geherformuleerd om een actieve lezing mogelijk te maken.

Praktische tips: verantwoordelijk en verantwoord

Je kunt GenAI verbieden in je lessen, maar de realiteit leert dat studenten er wel mee werken – al is het maar omdat ze er later in hun werkveld op een verantwoorde manier mee moeten kunnen omgaan. Bovendien biedt GenAI ook kansen voor taal- en denkontwikkeling. Hoe kun je in je les bijdragen aan taalgroei, dankzij én ondanks GenAI?

  • Taalbewust onderwijs
    • Begin klein en kies een van de 99 Tips voor taalbewust onderwijs (pdf). Bedenk hoe je GenAI daarbij kunt inzetten, zodat je je lessen taalbewust blijft vormgeven. Geef studenten bijvoorbeeld de mogelijkheid om GenAI in te zetten bij schrijftip 82: “Laat studenten eenzelfde tekst voor verschillende doelgroepen schrijven.” De gegenereerde en de zelf geschreven teksten kunnen de studenten met elkaar vergelijken, en de sterke en zwakke punten ervan beoordelen. Zo ontwikkel je niet alleen hun schrijfvaardigheid, maar ook hun leesvaardigheid.
    • Zorg ervoor dat je veel formatief toetst op taal, in plaats van summatief, waarbij je vaak feedback op taal (incl. feedforward en feed-up) geeft. Richt je dus minder op het eindproduct, en meer op de fasen in het proces. Laat studenten bijvoorbeeld hun brainstorm inleveren als bewijs dat ze de opdracht snappen. Of laat ze zowel de eerste versie als de tweede versie, inclusief feedback, inleveren. Je verbindt wel kwaliteitscriteria aan deze opdrachten, maar zonder consequenties (cijfers).
  • Ontwerp van schrijfopdrachten
    Garbage in, garbage out
    • Houd er in de opdrachtbeschrijvingen rekening mee dat een deel van je studenten GenAI inzet bij schrijfopdrachten, maar dat je het gebruik ervan niet mag verplichten. Geef daarom bijvoorbeeld in de opdracht aan op welke momenten ze GenAI zouden kunnen inzetten, hoe ze dat doen, en of en hoe ze dat moeten verantwoorden; zie ook hierna.

    • Test je opdrachtbeschrijving door deze door een taalmodel te laten uitvoeren. Zo weet je of je opdracht helder is en in welke mate studenten uitgedaagd worden om zelf te blijven denken. Wordt bijvoorbeeld duidelijk en eenduidig wat doel en publiek van je opdracht zijn, als je het resultaat beoordeelt? Is de opdracht uit te voeren zonder eigen inbreng van de student of moet deze zelf ook blijven nadenken?

    • Test je studiehandleiding door er een video of podcast van te laten genereren. Krijg je onverwachte interpretaties, dan kan je tekst misschien nog eenduidiger. Is alles naar wens, dan heb je meteen een aantrekkelijk alternatief om je studenten te informeren over jouw vak.

    • Zorg dat je opdrachten het denken van studenten blijven uitdagen. Een paar voorbeelden:
      • Houd de focus van je opdracht op motivatie, proces en/of inhoud, in plaats van (alleen) op het eindresultaat. Pas ook je rubrics daarop aan en laat de eindopdracht bijvoorbeeld maar voor 25 procent meetellen.
      • Laat studenten werken met unieke en persoonlijke onderwerpen, voor meer betrokkenheid bij de opdracht.
      • Laat studenten werken met specifieke kennis uit jouw lessen, bijvoorbeeld door hun mening te vragen over een onderwerp dat je tijdens een bepaalde les hebt behandeld.
      • Laat studenten reflecteren op vakliteratuur, bronnen vergelijken en/of argumentatie beoordelen. Laat ze parafraseren en citaten gebruiken die ze in- dan wel uitleiden (ofwel die ze verbinden met de context). Laat ze bovendien verwijzen met paginanummers. Daarvoor kunnen studenten ook GenAI inzetten, maar ze hebben altijd nog hun eigen kennis nodig om de juiste output te verkrijgen.
    • Besteed veel aandacht aan prompt engineering: de vaardigheid om goede opdrachten aan een taalmodel te geven. Dat kan bijvoorbeeld met een format dat het schrijfproces volgt: het DO ASK IT-model. DO ASK IT staat voor:

      • Persona (welke rol neemt het taalmodel aan?)
      • DO: DOel (welke taak?)

      • ASK: Audience (welk publiek?) + Scope (bv. aantal woorden) + Knowledge (welke concepten en theorieën?)

      • IT: Input (eigen materiaal) + Template (voorwaardelijke eisen, bv. PowerPoint)

    • Ook bij DO ASK IT staat het schrijfproces centraal en schrijft de student dus meerdere versies. Studenten leren om ook scherp te krijgen wat het eindproduct moet worden. Daarvoor kunnen ze het EDIT-model gebruiken: Error (welke onjuistheden) + Direction (expliciete instructies wat anders moet) + Input + Template.
  • Verantwoord werken met GenAI in de les
    Be smart, not lazy

    Geef je studenten tips voor een verantwoord gebruik van GenAI

    • Maak duidelijk dat studenten GenAI mogen gebruiken, zolang ze dit gebruik maar transparant (kunnen) vermelden en verantwoorden. Dat geldt zeker ook voor hun bronnen. Wijs ze in elk geval op de privacy-instellingen van de tool, vanwege privacygevoelige informatie, en de mogelijke onbetrouwbaarheid van de output. Verwijs naar een algemene handreiking over dit thema.
    • Laat ze GenAI als inspiratiebron gebruiken, bijvoorbeeld bij een writer’s block of om nieuwe invalshoeken te bedenken. Wijs studenten er wel nogmaals op dat GenAI onvoldoende contextkennis heeft.
    • Laat ze bijvoorbeeld in een schrijfdossier verantwoorden waarom, wat en hoe ze GenAI hebben ingezet, en eventueel wat ze ervan geleerd hebben. Hiermee reflecteren ze op het proces zelf.
    • Stimuleer studenten om aan hun leesvaardigheid te werken; HvA-studenten kunnen bijvoorbeeld de zelfstudiecursus Lezen in het hbo volgen. Daarin leren ze onder andere wat actief (en kritisch) lezen is. Deze kennis kunnen ze toepassen (of oefenen) in het beoordelen van door GenAI gegenereerde teksten.
    • Laat studenten hun werk op spelling en grammatica checken voor ze het bij je inleveren. Dit kan nivellerend werken voor studenten met een andere moedertaal, of studenten met een functiebeperking zoals dyslexie en dyscalculie. Willen studenten GenAI gebruiken als spellings- en grammaticacontrole, raad ze dan aan om feedback te vragen op hun oorspronkelijke tekst. Op deze manier ervaren studenten (een deel van) het proces van schrijven en verbeteren. Mogelijke prompts zijn:
      • “Je bent expert in de Nederlandse taal. Controleer de volgende tekst op spelling en grammatica. Het doel is dat ik ervan leer. Verbeter de tekst en geef de wijzigingen aan in vet. Geef ook drie korte, praktische tips op basis van mijn fouten.”

      • “Je bent expert in de Nederlandse taal. Controleer de volgende tekst op lidwoorden. Het doel is dat ik ervan leer. Verbeter in deze tekst ALLEEN de lidwoorden en geef de wijzigingen aan in vet. Geef ook drie korte, praktische tips op basis van mijn fouten.”

    Vraag studenten om de prompts en de feedback als bijlage toe te voegen

    Daarbij kunnen ze bijvoorbeeld de volgende prompts, waarmee taalontwikkelkansen van je studenten centraal staan, gebruiken:

    • “Je bent een expert in [onderwerp]. Noem vijf punten die goed zijn aan de volgende tekst en vijf punten die verbeterd kunnen worden. Geef de verbeterpunten in de vorm van hoe-vragen, zodat ik er veel van leer. De doelgroep is X en de opdracht is Y. Wees kernachtig in de feedback en geef deze puntsgewijs aan. Markeer verbeterpunten met vet.”
    • “Je bent een medestudent van [vak]. Je taak is om feedback op mijn tekst te geven, zonder deze aan te passen. De feedback is voor mij persoonlijk. Ik wil leren van de feedback zodat ik daardoor nog beter leer schrijven. Houd het kort. Houd de richtlijnen voor goede feedback aan: je maakt de feedback niet persoonlijk, je formuleert de feedback positief, je bent zo concreet mogelijk en je neemt het serieus. Dit is mijn tekst. Geef feedback aan de hand van de bijgevoegde rubrics.”
  • Hybride intelligentie in de les: werkvormen
    There is no way to AI-proof essay-writing as a form of assessment. Alicja Syska

    Een algemene tip is om studenten te laten oefenen met prompts schrijven. Je kunt dan met elkaar bepalen welke prompt wat voor leereffect oplevert. We noemen hier enkele werkvormen die hopelijk inspireren tot verdere experimenten met GenAI.

    • Vergelijk twee teksten: een is geschreven door een mens, een is gegenereerd door GenAI. Bestudeer samen de teksten en bespreek wat je opvalt, wat er goed aan is en wat beter kan. Begin zo een discussie over professioneel en hbo-taalgebruik. Hoe lees je nou zulke teksten, ofwel: hoe beoordeel je deze? Wie valt het op dat in GenAI-systemen graag veel formeel en archaïsch taalgebruik voorkomt? Kunnen je studenten voorbeelden hiervan geven (zoals aanspreekvorm ‘u’, ‘welke’ als verwijswoord)? 
    • Laat je studenten zichzelf introduceren in de rol van hun favoriete vakexpert. Ze mogen hierbij GenAI gebruiken. Bespreek daarna samen wat er aan de resultaten kan worden verbeterd, en hoe je dit aanpakt. Hiermee verbind je het schrijfproces met aspecten als tone of voice, het werken met prompts, het beoordelen van resultaten en het herschrijfproces.
    • Spreken is een belangrijke stap vóórdat je gaat schrijven, onder andere omdat je leert formuleren: je leert woorden te geven aan je gedachten. Stimuleer het kritisch denkvermogen van je studenten. Dat kan telkens aan de hand van een genereerde tekst.
      • Toon de AI-gegenereerde tekst naast die van een student. Laat studenten in tweetallen bespreken wat de verschillen en overeenkomsten zijn. Bespreek daarna de belangrijke inzichten klassikaal.
      • Laat studenten onderling bespreken welke (voor)oordelen ze terugzien in de teksten. Vraag ze ook met mogelijke oplossingen te komen.
      • Laat studenten zoeken naar nietszeggende clichés. Laat ze vervolgens hun eigen teksten ook op deze manier beoordelen: hoeveel clichés komen ze tegen?
    • Laat studenten oefenen met interviewtechnieken door met GenAI een interview na te bootsen. Discussieer bijvoorbeeld over gesloten versus open vragen, en de resultaten die dergelijke vragen opleveren. Wijs ze ook op de verschillende mogelijkheden om via GenAI vragen te genereren of een interview te transcriberen, zodat je studenten zich kunnen focussen op de inhoud in plaats van op het letterlijk uitschrijven van spreektaal. Let er wel op dat de geïnterviewde toestemming moet hebben gegeven. Moeten ze het interview uitwerken in een rapportage? Laat ze dan bijvoorbeeld meteen oefenen met citeren en parafraseren.
    • Laat studenten (expert learners) verschillende prompts bedenken voor verschillende tekstgenres en -soorten (zoals marketingtekst of adviesrapport). Zo leren ze niet alleen na te denken over goede prompts (ofwel een goede voorbereiding voor het schrijven van een tekst) maar ook over de tone of voice, die sterk contextbepaald wordt.
    • Laat studenten een prompt bedenken waarmee ze een structuur voor hun theoretisch kader kunnen maken (ook te gebruiken als inhoudsopgave). Denk dan aan elementen als hoofdvraag en deelvragen, zodat ze gelijk het verband leren zien tussen deze elementen. Gebruik eventueel deze prompt voor een essay over GenAI als voorbeeld. Bekijk samen de prompt en bedenk een vergelijkbare prompt voor jouw opdracht.
    • Laat studenten beginnen met zoektermen bedenken: de gegenereerde bronnenlijsten zijn soms geheel verzonnen, maar de titels geven wel ideeën voor verder onderzoek. Daarmee werkt het als Wikipedia: die kan dienen als startpunt voor je onderzoek, maar is geen bron op zichzelf.
    • Laat studenten ervaren wat vaag woordgebruik doet. Geef ze bijvoorbeeld de opdracht om GenAI te laten beschrijven wat ‘goed’ of ‘leuk’ is. Bespreek vervolgens welke synoniemen ze kennen voor bepaalde contexten: in een kinderdagverblijf is ‘goed’ bijvoorbeeld heel iets anders dan in een constructiebedrijf. Welke woorden zou je beter kunnen gebruiken in die contexten? Studenten mogen GenAI gebruiken, maar ook hun eigen woordkennis inzetten.

Kortom, houd je studenten aan het roer van hun taal- en denkontwikkeling.

Bronnen & verder lezen

Onze bronnen zijn zeker ook onze leestips als je je verder wilt verdiepen in taal en generatieve AI: