Vreemde woorden zijn woorden die lang niet alle lezers direct begrijpen. Vaak kennen ze wel de meer gangbare variant van het woord. De vreemde woorden zijn vaak ‘vernederlandste’ woorden, die onder andere uit het Latijn afkomstig zijn.
Weet jij wat de vreemde woorden betekenen? Ontdek het met deze oefening.
Kies woorden die direct duidelijk maken wat je precies bedoelt. Vermijd dus vage en 'lege' woorden, zoals voorzetseluitdrukkingen en afkortingen.
Herken jij de vage en/of lege woorden én kun je ze vervangen door een concrete variant? Ontdek het met deze oefening.
Omdat deze vaste woordcombinaties vaak nogal willekeurig overkomen, is het belangrijk om veelgebruikte combinaties te kennen. Ook is het handig om mogelijke fouten met woordcombinaties te kunnen herkennen, zodat je ze kunt vermijden. Een woordenboek zoals op Vandale.nl of een site als Woordcombinaties.nl kunnen je hierbij helpen.
Ken jij de vaste combinaties met voorzetsels en werkwoorden? Ontdek het met deze oefening.
Kies woorden die antwoord geven op de vragen: wie, wat, waar en/of hoeveel? Herken jij de abstracte, vage woorden én kun je ze vervangen door een duidelijke variant? Ontdek het met deze oefening.
Fouten in uitdrukkingen zijn makkelijk gemaakt. Als je ze herkent, kun je ze makkelijker vermijden. Herken jij de foute uitdrukkingen? Ontdek het met deze oefening.
Er is een aantal woorden dat je in de spreektaal niet meer gebruikt, zoals: wier/wiens (= van wie), thans (nu), reeds (al), blijkens (volgens). Als je zulke woorden in je teksten gebruikt, maakt dat een ouderwetse (archaïsche) en te formele indruk. Gebruik ze daarom liever niet. Kijk ook eens naar de uitgebreide lijst met alternatieven van Onze Taal.
Herken jij de archaïsche woorden én kun je ze vervangen door een hedendaagse variant? Ontdek het met deze oefening.
In het Nederlands gebruiken we regelmatig woorden uit andere talen. Voor deze zogenaamde ‘ontleningen’ hebben we vaak geen goede Nederlandse vertaling, of een vertaling die minder duidelijk aangeeft wat je precies bedoelt. Het gebruik van buitenlandse woorden kan dus heel handig zijn. Soms zie je echter slechte vertalingen van buitenlandse woorden: de zogeheten barbarismen.
Herken jij de barbarismen én kun je ze vervangen door een Nederlands alternatief? Ontdek het met deze oefening.
Vermijd populaire en gekleurde woorden, alsook persoonlijk taalgebruik om een neutrale indruk te maken op je lezers. Kun jij de neutrale taal onderscheiden van gekleurde, persoonlijke en populaire taal? Ontdek het met deze oefening.
Welke woorden zijn moeilijk? Dat is niet 1, 2, 3 vast te stellen. Wat de één een moeilijk woord vindt, kan voor een ander geen probleem opleveren. Met andere woorden: het is sterk afhankelijk van de situatie of je moet kiezen voor een ‘moeilijk’ woord.
Herken jij de moeilijke en/of fout gebruikte woorden én kun je ze vervangen door een gangbare variant? Ontdek het met deze oefening.
Het woordenboek is een handig hulpmiddel als je twijfelt over een woord of woordconstructie. Een bekend woordenboek is de Van Dale; onze alternatieven en de uitleg zijn gebaseerd op de lemma's in Van Dale Online . Veel studenten aan hogeronderwijsinstellingen kunnen gratis gebruikmaken van dit uitgebreide woordenboek met hun instellingsaccount.
Soms wordt een woord verkeerd gebruikt, soms een woordcombinatie en of een woordvorm. In elke zin zit één fout. Herken jij de fout? Ontdek het met deze oefening.
Contaminaties zijn makkelijk gemaakt. Als je ze herkent, kun je ze makkelijker vermijden. Herken jij de contaminaties en kun je ze verbeteren? Ontdek het met deze oefening.
Een tekst leest een stuk prettiger zonder storende herhalingen. Herken jij de storende herhalingen? Ontdek het met deze oefening.
Signaalwoorden helpen de lezer, geven structuur aan de tekst en zorgen voor samenhang tussen alinea’s en/of zinnen. Signaalwoorden worden daarom ook wel indicatoren of verbindingswoorden genoemd. Gebruik ze veelvuldig: in veel teksten staan er eerder te weinig dan te veel.
Met deze test kun je nagaan of je de juiste betekenis kent van enkele veelgebruikte, maar verouderde signaalwoorden. Vul alle 20 vragen in. Vervolgens krijg je feedback en Taalwinkeltips.
Woordcombinaties zijn vaste combinaties van woorden. Soms gaat het om een vast voorzetsel, soms om een combinatie van een zelfstandig naamwoord met een werkwoord, en soms om allebei. Hierin worden vaak fouten gemaakt.
Met deze test kun je goed checken of je weet welke voorzetsels je gebruikt op welk moment. Vul alle 20 vragen in. Vervolgens krijg je feedback en Taalwinkeltips.
In teksten uit het hoger onderwijs vind je academische woorden, die in andere teksten veel minder vaak worden gebruikt. Het is belangrijk om deze woorden te kennen en te weten hoe je ze precies moet gebruiken.
Weet jij de juiste balans voor een wetenschappelijke stijl te vinden: niet te formeel, niet de informeel, maar er precies tussenin? Ontdek het met deze test.
Keer op keer blijkt uit studies dat een grote woordenschat een doorslaggevende factor is voor studiesucces. Hoe groot die woordenschat daarvoor moet zijn, weten we niet precies, maar men gaat meestal uit van een passieve woordenschat van minstens 40.000 woorden.
Hoe gebruik je nou de juiste woorden op het juiste moment? Wat is spreektaal en hoe voorkom je dat je die in teksten voor je studie gebruikt? En: hoe breid je je woordenschat uit? Met deze testen toets je je woordenschat. Bepaal eerst hoeveel woorden je al kent en check dat dan met de twee andere testen.
Een tekst vol moeilijke en ouderwetse woorden ziet er heel geleerd uit, maar is vooral lastig te lezen. Als je je woorden zorgvuldig kiest, dan leest je tekst gelijk een stuk prettiger.
Met deze test kun je goed checken of je weet welke woorden je gebruikt op welk moment. Vul alle 20 vragen in. Vervolgens krijg je feedback en Taalwinkeltips.