Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.
Tijdens de studie vindt er taalontwikkeling plaats. Het taalbeleid van een onderwijsinstelling geeft richting aan die taalontwikkeling, en ondersteunt docenten bij dit proces.

Taalbeleid, taalontwikkeling en niveauomschrijvingen

In het taalbeleid van een hogeschool of universiteit zou iets terug moeten komen over welk niveau studenten moeten hebben op welk moment van de studie en wat opleidingen doen om dat niveau aan te leren en te controleren.

Er is al veel werk op dit gebied verricht door onder andere het Nederlands Vlaams Platform Taalbeleid, SLO, verschillende onderdelen van de UvA en HvA, CINOP en de Commissie Meijerink.

Resultaten zijn bijvoorbeeld:

  • Niveauomschrijvingen

    Al deze niveauomschrijvingen hebben veel met elkaar gemeen en hebben het Common European Framework for the Reference of Languages als uitgangspunt. In de niveauomschrijvingen zijn alle taalvaardigheden opgenomen en daarbij kun je de eisen opzoeken waaraan een taalhandeling moet voldoen om een bepaald niveau te hebben.

    Opleidingen zouden gebruik moeten maken van de niveauomschrijvingen met het opstellen van de beoordelingscriteria. Daarbij is het belangrijk dat docenten kennismaken met deze niveaus, zodat ze kunnen controleren of hun lessen en opdrachten op het juiste niveau zijn en of studenten op het juiste niveau beoordeeld worden.

  • Taalcompetentiekader

    In 2022 verscheen het kader Taalcompetent in het hoger onderwijs bij de Taalunie. Hierin worden vier aspecten van taalcompetentie beschreven. Zij verdienen de aandacht in elke studie: "omdat ze voorwaarden zijn om in het hoger onderwijs tot leren te komen en om persoonlijke, professionele en maatschappelijke doelen te bereiken."

Taalbeleid op de HvA en UvA

HvA Studentenzaken werkt samen met de faculteiten van de hogeschool om taalbeleid te implementeren. Dit biedt docenten de kans hun vak nog beter over te dragen; voor studenten betekent dit persoonlijke feedback en meer aandacht voor taal in het onderwijs.

Naar schatting begint op de UvA zo’n 15 tot 25 procent studenten met een onvoldoende of zwakke taalbeheersing aan de studie. Toch is er tot op heden geen sprake van één taalbeleid of een centrale taaltoets. De meeste faculteiten hebben daarom in de afgelopen jaren eigen initiatieven ontwikkeld voor de schrijf- en taalproblemen van hun studenten.

  • Taalbeleid op de HvA

    Studentenzaken werkt samen met de faculteiten van de hogeschool om taalbeleid te implementeren. Dit biedt docenten de kans hun vak nog beter over te dragen; voor studenten betekent dit persoonlijke feedback en meer aandacht voor taal in het onderwijs.

    Doelen

    De implementatie van taalbeleid heeft twee doelen:

    • het vergoten van de studeerbaarheid en de studenttevredenheid;
    • het waarborgen van het eindniveau, dus ervoor zorgen dat de HvA taalvaardige professionals aflevert.

    Kort gezegd, het onderwijs moet erop gericht zijn de taalontwikkeling van de studenten te stimuleren en daar actief aan bij te dragen en het moet voldoende feedback- en beoordelingsmomenten bevatten om een goede taalbeheersing van de afgestudeerden te garanderen.

    Activiteiten

    Het werk bestaat uit:

    • het onderzoeken van de rol van taal in de opleidingen van de HvA (Nederlands en Engels);
    • het identificeren en analyseren van taaltaken in de curricula (artikelen lezen, rapporten schrijven, enzovoort);
    • het adviseren over maatregelen die de taalontwikkeling van studenten kunnen verbeteren;
    • het met de opleidingen invoeren van deze maatregelen, bijvoorbeeld door docenten te trainen, opdrachten te herontwerpen.

    Uit dit taalbeleidswerk zijn verschillende vaste activiteiten voortgekomen, zoals taalspreekuren en zelfstudiecursussen, de bijeenkomst 'Taal- en denkdidactiek' en een taalbeoordelingsformulier met feedbackzinnen.

    Resultaten

    Er zijn diverse concrete resultaten van het werken aan taalbeleid:

    • Opleidingen hebben vastgelegd waar feedback en beoordeling op taal plaatsvindt (in beroepsproducten).
    • Docenten van alle vakken zijn getraind in het beoordelen op taalvaardigheid; dit is ook ondergebracht in de Basiskwalificatie Didactische Bekwaamheid (BDB).
    • Docenten zijn bekend met taalontwikkelend lesgeven en geselecteerde onderwijseenheden zijn aangepast om de taalontwikkeling maximaal te bevorderen.

    Voor vragen omtrent (de implementatie van) taalbeleid kun je contact opnemen via taal@hva.nl of de informatie over taalbeleid raadplegen.

  • Taalbeleid op de UvA

    Naar schatting begint zo’n 15 tot 25 procent studenten met een onvoldoende of zwakke taalbeheersing aan de studie. Toch is er tot op heden geen sprake van één taalbeleid of een centrale taaltoets. De meeste faculteiten hebben daarom in de afgelopen jaren eigen initiatieven ontwikkeld voor de schrijf- en taalproblemen van hun studenten.

    Zo is er aan de Faculteit der Geesteswetenschappen een pilot uitgevoerd waarbij bij eerstejaars studenten van diverse studierichtingen een diagnostische taaltoets wordt afgenomen. Op grond van de resultaten van deze toets volgen studenten die onvoldoende of zwak scoren een remediërende cursus aan het Instituut voor Nederlands Taalonderwijs en Taaladvies (INTT).

    Aan de Faculteit Natuurkunde, Wiskunde en Informatica worden de eerste teksten die studenten voor de studie schrijven zowel inhoudelijk als taalkundig beoordeeld waarna bij onvoldoende of zwak resultaat tevens een remediërende cursus wordt aangeboden.

    Docenten van diverse studierichtingen worden in zogenaamde standaardsettings samen met hun collega’s getraind in het beoordelen van teksten om een zo betrouwbaar en optimaal mogelijke beoordeling te garanderen. Deze standaardsettings worden door het INTT georganiseerd en begeleid.

    Voor studenten met een minder kansrijke thuisomgeving worden er extra initiatieven ontplooid om hen te ondersteunen en stimuleren. Zij kunnen onder andere terecht op de studentensite van de UvA. Studenten die een taalachterstand hebben omdat Nederlands niet hun eerste taal is, kunnen speciaal voor hen ontwikkelde cursussen volgen bij het INTT.

    Voor vragen omtrent (de implementatie van) taalbeleid kun je contact opnemen met Francien Schoordijk.

Referentiekaders taalniveaus

Bij het schrijven van een cv of het beoordelen van een tekst kan het handig zijn om je taalniveau voor verschillende talen aan te geven. Voor (Nederlandstalig) moedertaalonderwijs verwijs je dan bijvoorbeeld naar het referentiekader Taal, voor overige talen naar het Europees Referentiekader (ERK).

  • Het Europees Referentiekader (ERK)

    Het Europees Referentiekader (ERK) ofwel het Common European Framework of Reference for Languages (CEFR of CEF), zorgt ervoor dat het eenvoudiger is om taalniveaus voor moderne vreemde talen beter te kunnen vergelijken.

    Het ERK gaat uit van zes niveaus op vijf vaardigheden (lezen, luisteren, schrijven, spreken, gesprekken voeren). Een basisgebruikers zit op niveau A1 of A2, een onafhankelijk gebruiker zit op niveau B1 of B2, en een vaardig gebruiker op niveau C1 of C2.

  • Het referentiekader Taal

    Verwijs je naar je moedertaal, dan wordt vaak gewerkt met het Referentiekader Taal. Hierin worden vier taaldomeinen onderscheiden, vergelijkbaar met de vaardigheden van het ERK:

    • mondelinge taalvaardigheid: gesprekken, luisteren en spreken;
    • lezen: zakelijke teksten en fictie teksten;
    • schrijven;
    • begrippenlijst en taalverzorging.

    Ook hier zijn diverse niveaus onderscheiden, waarvan 3F (eindniveau voor mbo-4 en havo) en 4F (eindniveau voor vwo) relevant zijn voor het hoger onderwijs.

Tips

Kijk voor meer informatie, assessments en voorbeelden over het ERK in het ERK-dossier van de Taalunie.
Kijk voor meer informatie over het Referentiekader Taal op de site van het SLO.