Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.
Voordat je daadwerkelijk begint met het schrijven van je tekst, is het belangrijk dat je tijdens de voorbereiding de basis voor je tekst legt.

De voorbereidingsfase

  • Zorg allereerst dat het 100 procent duidelijk is wat je moet doen. Dit doe je door de schrijfopdracht zorgvuldig te analyseren.
  • Kijk naar goede voorbeelden, bijvoorbeeld op de HBO Kennisbank. Universiteiten hebben vaak hun eigen scriptiedatabase, bijvoorbeeld UvA Scripties. Deze voorbeelden geven je een idee wat je waar kunt verwerken en hoe je bepaalde aspecten verwoordt.
  • Stel de keuze van een onderwerp niet te lang uit en switch ook niet voortdurend van onderwerp. Dat kost onnodig veel tijd.
  • Kies een onderwerp waarover je al enige voorkennis hebt en/of dat je interesseert. Dat maakt het schrijven een stuk leuker.
  • Bedenk of er voldoende bronmateriaal beschikbaar is over het onderwerp.
  • Neem het gevonden materiaal alleen globaal door om inspiratie voor een goede centrale vraag te krijgen.
  • Formuleer een duidelijke centrale vraag die als richtlijn geldt voor het selecteren van de informatie en het opstellen van een bijpassend tekstschema.
  • Houd goed bij welke informatie waar vandaan komt. Als je dit vanaf het begin zorgvuldig doet, bespaar je jezelf veel tijd en ergernis.
  • Stel een duidelijke limiet aan de hoeveelheid tijd die je besteedt aan het kiezen van het onderwerp en de centrale vraag. Maak er geen eindeloos verhaal van.
  • 1. De opdracht analyseren

    Voordat je begint met schrijven, moet je precies weten wat je moet doen. Dit doe je door de schrijfopdracht zorgvuldig te analyseren. 

    Gebruik deze checklist om je schrijfopdracht te analyseren.

    • Wat voor soort tekst moet ik schrijven? Bijvoorbeeld: een (onderzoeks)verslag, een essay, een artikel, een scriptie.
    • Wat wil ik met mijn tekst (tekstdoel)? Bijvoorbeeld: informeren, adviseren, amuseren, overtuigen.
    • Welk taalgebruik past bij het doel? Bijvoorbeeld: ambtelijk, zakelijk, spreektaal, informeel, populair.
    • Voor wie schrijf ik deze tekst? Bijvoorbeeld: medestudenten, de gemiddelde Nederlander, lezers van een krant, professionals.
    • Uit welke onderdelen moet de tekst bestaan?
    • Welke lay-out is gewenst of vereist? Bijvoorbeeld: lettergrootte, lettertype, regelafstand.
    • Welke bronnen moet ik gebruiken en hoeveel?
    • Hoe moet ik de bronnen verwerken? Bijvoorbeeld: in de tekst, onder de tekst, via APA-richtlijnen.
    • Hoe lang moet de tekst zijn?
    • Welke gegevens moet ik vermelden? Bijvoorbeeld: naam, studentnummer, opleiding, datum.
    • Wanneer moet ik de tekst inleveren?
    • Hoe moet ik de tekst inleveren? Bijvoorbeeld via mail, online.
    • Zijn er andere eisen waar ik rekening mee moet houden?
  • 2. Functie, doel en doelgroep bepalen

    Het is belangrijk dat je weet waarom je een tekst schrijft en voor wie. In je tekst laat je zien dat je de bestudeerde theorie in je vingers hebt. Je werkt deze nader uit of past deze toe door zelfstandig onderzoek te verrichten.

    Het is de bedoeling dat je met je tekst de kennis van de lezer vermeerdert of deze tot nieuwe inzichten laat komen. Schrijf je voor een doelgroep met minder voorkennis (bijvoorbeeld kinderen), dan moet je je tekst afstemmen op dat kennisniveau. Meestal schrijf je echter voor lezers uit je eigen vakgebied – niet alleen de docent die je tekst beoordeelt, maar ook andere vakgenoten, van medestudenten tot opdrachtgevers van stageverlenende organisaties. Dit betekent dat de lezer vaak al een bepaalde voorkennis heeft en je dus voldoende diepgang in je tekst moet zien te krijgen.

    Soorten doelen

    Zakelijke teksten kunnen een aantal doelen hebben:

    • Informeren: je wilt dat de lezer ergens kennis van neemt.
    • Motiveren: je wilt dat de lezer iets gaat doen of juist niet.
    • Overtuigen: je wilt dat de lezer een bepaalde mening overneemt.
    • Instrueren: je wilt dat de lezer bepaalde handelingen kan uitvoeren.
    • Adviseren: je wilt de lezer aanraden om voor een bepaalde optie te kiezen.

    Doelgroepanalyse

    Daarnaast moet je je doelgroep in kaart brengen. Wie gaat je tekst precies lezen? Door je doelgroep te analyseren, krijg je een goed beeld van je lezer en zo kun je beslissen welke informatie in je tekst moet komen en in welke stijl je de tekst moet schrijven.

    Bij een doelgroepanalyse gaat het erom antwoord te krijgen op de volgende vragen:

    • Wie is de lezer?
    • Wat weet de lezer?
    • Wat wil de lezer?
    • Wat vindt de lezer?
    • Wat kan de lezer?
  • 3. Het onderwerp van je tekst kiezen

    Het kiezen van een afgebakend onderwerp is de eerste belangrijke stap die je zet.

    Hoe kom je nu tot een goede keuze?

    • Kies een onderwerp waarin je geïnteresseerd bent. Je houdt je langere tijd met je onderzoek bezig en gaat je specialiseren in je vakgebied.
    • Selecteer een onderwerp dat valt binnen het onderzoeksterrein van je studie. Het is handig als je een onderwerp kiest dat aansluit bij colleges die je volgt of hebt gevolgd. Je beschikt dan immers al over basiskennis en kan ervan uitgaan dat er theorie voorhanden is die je in je werkstuk kunt verwerken.
    • Kies een onderwerp dat theoretisch of maatschappelijk relevant is binnen je vakgebied. Het is belangrijk dat je in je werkstuk iets nieuws vertelt. Je werkstuk moet van belang zijn voor de lezer. Je herhaalt daarom in je scriptie niet alleen wat anderen al hebben geschreven, maar combineert theorieën of past theorie toe in de praktijk.
    • Bedenk een afgebakend onderwerp.
  • 4. De centrale vraag formuleren

    Als je een onderwerp bedacht hebt, ga je bepalen wat je precies met dat onderwerp wilt gaan doen. Je gaat het problematiseren in de vorm van een centrale vraag. Dit is de vraag die je in je onderzoek gaat beantwoorden. In de tekst zelf hoef je deze echter niet per se als vraag te formuleren.

    Richtlijnen voor de centrale vraag

    Houd je bij het formuleren van de centrale vraag aan de volgende richtlijnen.

    Niet te breed

    Het is belangrijk dat je je centrale vraag zorgvuldig formuleert. Hoe beter je inzoomt op het afgebakende onderwerp, hoe beter je werkt. Als je je onderzoeksvraag te breed formuleert, dan kun je er nog alle kanten mee op.

    Doel naar voren gebracht

    Het is belangrijk dat je in je centrale vraag het doel van je onderzoek duidelijk naar voren brengt. Dit geeft duidelijkheid over de vervolgstappen die je gaat nemen in je onderzoek. Hieronder staan vier veelvoorkomende doelen omschreven.

    • Bij een beschrijvende centrale vraag werk je een bepaald thema uit of trek je een vergelijking.
    • Bij een verklarende centrale vraag verklaar je oorzaken, motieven of achtergronden.
    • Bij een beoordelende centrale vraag definieer je, evalueer je of schets je gevolgen.
    • Bij een adviserende centrale vraag onderzoek je de geschiktheid van een of meer maatregelen.

    Neutraal geformuleerd

    Probeer als schrijver zo objectief mogelijk naar voren te komen in je centrale vraag. Dit betekent dat je je standpunt niet in je onderzoeksvraag verwerkt en geen gekleurde termen gebruikt.

    Enkelvoudig geformuleerd

    De centrale vraag moet alleen uit een hoofdvraag bestaan. Om deze te beantwoorden zul je meerdere deelvragen moeten beantwoorden. Verwerk deze niet in je centrale vraag.

    Toelichting op de centrale vraag

    De centrale vraag alleen geeft soms niet eenduidig weer wat de reikwijdte is van het onderzoek. Voorzie begrippen daarom van een korte toelichting.

    Verband tussen doel, centrale vraag en onderzoeksmethoden

    Bij verschillende doelstellingen horen typen centrale vragen en daarbij verschillende onderzoeksmethoden, zoals het volgende schema (Mertens, 2013) laat zien:

    Doel Centrale vraag Onderzoeksmethode(n)
    Beschrijven Wat ...? Analyse van bestaand materiaal, Enquête, Inhoudsanalyse
    Definiëren Welke kenmerken ...? Observatie, Analyse van bestaand materiaal, Enquête, Literatuuronderzoek
    Adviseren Wat moet ... doen? Literatuuronderzoek, Analyse van bestaand materiaal, Observatie, Enquête
    Verklaren Waarom of hoe komt het dat ...? Literatuuronderzoek, Observatie, Enquête, Experiment
    Voorspellen Welke ontwikkelingen on welke verwachtingen zijn er? Literatuuronderzoek, Analyse van bestaand materiaal, Experiment
    Vergelijken/exploreren Wat is de samenhang of wat is het verschil? Hoe zit ... in elkaar? Literatuuronderzoek, Observatie, Enquête,Experiment, Tekstinterpretatie en -analyse, Discussie en dialoog, Rollenspel en simulatie, Training
    Evalueren Hoe wordt ... beoordeeld? Literatuuronderzoek, Enquête, Interviews
    Ontwikkelingen volgen Welke trends zijn waar te nemen? Monitor, Indexering

    Bron: A.F. Snoeck Henkemans. Schrijven. Handleiding voor het opstellen van zakelijke teksten. Groningen, 1989. Mertens, J. (2013). Praktijkonderzoek voor bachelors. Leidraad voor studenten bij het (af)studeren in het competentiegericht hbo. Bussum: Coutinho.

  • 5. Informatie zoeken

    Een tekst schrijf je niet vanuit jezelf. Als basis gebruik je literatuur van anderen die je combineert of toepast om zo tot eigen inzichten te komen. Hiervoor is bibliotheekonderzoek nodig. Je zoekt naar publicaties met voldoende (wetenschappelijke) diepgang. Dit kunnen bijvoorbeeld boeken, proefschriften, wetenschappelijke artikelen, congresbundels, bachelor- of masterscripties, beleidsteksten en rapporten zijn.

    Selectie van literatuur

    De centrale vraag helpt bij het vinden van geschikte literatuur. Aan de hand van de afgebakende onderzoeksvraag selecteer je bruikbare publicaties. Je kunt hierbij op twee manieren te werk gaan: via de sneeuwbalmethode of de zoektermmethode.

    • Via de sneeuwbalmethode: ga via bibliografieën uit overzichtswerken na of je aanvullende literatuur kunt vinden.
    • Via de zoektermmethode: ga na welke trefwoorden of combinaties daarvan in je onderzoeksvraag staan of daarmee in verband kunnen worden gebracht. Kijk in het bibliotheeksysteem of je met deze zoektermen geschikte literatuur vindt. Let ook op of je aanvullende zoektermen aantreft.

    Bronnen

    Als je informatie zoekt voor je onderzoek zul je dat voornamelijk digitaal doen. Het aantal bruikbare websites is enorm – en tegelijk vind je via Google minder dan je denkt.

    De HvA Bibliotheek heeft een open online cursus gemaakt: Zoeklicht. In deze cursus leer je stapsgewijs hoe je op een slimme en snelle manier informatie kunt vinden voor je onderzoek. Je kunt ook je docent vragen om tips voor (digitale) bronnen. Hieronder staan een aantal bruikbare sites, die je kunnen helpen bij een je digitale zoektocht.

    Bibliotheken en wetenschappelijke websites

    • UvA Digitale bibliotheek en HvA Digitale mediatheek: hebben uiteraard boeken te leen, maar ook diverse databanken.
    • Koninklijke Bibliotheek: is de nationale bibliotheek van Nederland.
    • OCLC-website: laat je alle bibliotheken ter wereld benaderen die verbonden zijn via deze organisatie.
    • Madsci.org: is een Engelstalige site waar je een wetenschappelijk gefundeerd antwoord op allerlei vragen krijgt.
    • Newscientist.com: is een Engelstalige site van het blad NewScienstist, met de nieuwste wetenschappelijke ontdekkingen.
    • SURF: biedt mediabestanden die geschikt zijn voor onderzoek en onderwijs.

    Statistische informatie

    • CBS: Nederland in cijfers.
    • Eurostat: de EU in cijfers.