Voordat je begint met schrijven, moet je precies weten wat je moet doen. Dit doe je door de schrijfopdracht zorgvuldig te analyseren.
Gebruik deze checklist om je schrijfopdracht te analyseren.
Het is belangrijk dat je weet waarom je een tekst schrijft en voor wie. In je tekst laat je zien dat je de bestudeerde theorie in je vingers hebt. Je werkt deze nader uit of past deze toe door zelfstandig onderzoek te verrichten.
Het is de bedoeling dat je met je tekst de kennis van de lezer vermeerdert of deze tot nieuwe inzichten laat komen. Schrijf je voor een doelgroep met minder voorkennis (bijvoorbeeld kinderen), dan moet je je tekst afstemmen op dat kennisniveau. Meestal schrijf je echter voor lezers uit je eigen vakgebied – niet alleen de docent die je tekst beoordeelt, maar ook andere vakgenoten, van medestudenten tot opdrachtgevers van stageverlenende organisaties. Dit betekent dat de lezer vaak al een bepaalde voorkennis heeft en je dus voldoende diepgang in je tekst moet zien te krijgen.
Zakelijke teksten kunnen een aantal doelen hebben:
Daarnaast moet je je doelgroep in kaart brengen. Wie gaat je tekst precies lezen? Door je doelgroep te analyseren, krijg je een goed beeld van je lezer en zo kun je beslissen welke informatie in je tekst moet komen en in welke stijl je de tekst moet schrijven.
Bij een doelgroepanalyse gaat het erom antwoord te krijgen op de volgende vragen:
Het kiezen van een afgebakend onderwerp is de eerste belangrijke stap die je zet.
Als je een onderwerp bedacht hebt, ga je bepalen wat je precies met dat onderwerp wilt gaan doen. Je gaat het problematiseren in de vorm van een centrale vraag. Dit is de vraag die je in je onderzoek gaat beantwoorden. In de tekst zelf hoef je deze echter niet per se als vraag te formuleren.
Houd je bij het formuleren van de centrale vraag aan de volgende richtlijnen.
Het is belangrijk dat je je centrale vraag zorgvuldig formuleert. Hoe beter je inzoomt op het afgebakende onderwerp, hoe beter je werkt. Als je je onderzoeksvraag te breed formuleert, dan kun je er nog alle kanten mee op.
Het is belangrijk dat je in je centrale vraag het doel van je onderzoek duidelijk naar voren brengt. Dit geeft duidelijkheid over de vervolgstappen die je gaat nemen in je onderzoek. Hieronder staan vier veelvoorkomende doelen omschreven.
Probeer als schrijver zo objectief mogelijk naar voren te komen in je centrale vraag. Dit betekent dat je je standpunt niet in je onderzoeksvraag verwerkt en geen gekleurde termen gebruikt.
De centrale vraag moet alleen uit een hoofdvraag bestaan. Om deze te beantwoorden zul je meerdere deelvragen moeten beantwoorden. Verwerk deze niet in je centrale vraag.
De centrale vraag alleen geeft soms niet eenduidig weer wat de reikwijdte is van het onderzoek. Voorzie begrippen daarom van een korte toelichting.
Bij verschillende doelstellingen horen typen centrale vragen en daarbij verschillende onderzoeksmethoden, zoals het volgende schema (Mertens, 2013) laat zien:
| Doel | Centrale vraag | Onderzoeksmethode(n) |
|---|---|---|
| Beschrijven | Wat ...? | Analyse van bestaand materiaal, Enquête, Inhoudsanalyse |
| Definiëren | Welke kenmerken ...? | Observatie, Analyse van bestaand materiaal, Enquête, Literatuuronderzoek |
| Adviseren | Wat moet ... doen? | Literatuuronderzoek, Analyse van bestaand materiaal, Observatie, Enquête |
| Verklaren | Waarom of hoe komt het dat ...? | Literatuuronderzoek, Observatie, Enquête, Experiment |
| Voorspellen | Welke ontwikkelingen on welke verwachtingen zijn er? | Literatuuronderzoek, Analyse van bestaand materiaal, Experiment |
| Vergelijken/exploreren | Wat is de samenhang of wat is het verschil? Hoe zit ... in elkaar? | Literatuuronderzoek, Observatie, Enquête,Experiment, Tekstinterpretatie en -analyse, Discussie en dialoog, Rollenspel en simulatie, Training |
| Evalueren | Hoe wordt ... beoordeeld? | Literatuuronderzoek, Enquête, Interviews |
| Ontwikkelingen volgen | Welke trends zijn waar te nemen? | Monitor, Indexering |
Bron: A.F. Snoeck Henkemans. Schrijven. Handleiding voor het opstellen van zakelijke teksten. Groningen, 1989. Mertens, J. (2013). Praktijkonderzoek voor bachelors. Leidraad voor studenten bij het (af)studeren in het competentiegericht hbo. Bussum: Coutinho.
Een tekst schrijf je niet vanuit jezelf. Als basis gebruik je literatuur van anderen die je combineert of toepast om zo tot eigen inzichten te komen. Hiervoor is bibliotheekonderzoek nodig. Je zoekt naar publicaties met voldoende (wetenschappelijke) diepgang. Dit kunnen bijvoorbeeld boeken, proefschriften, wetenschappelijke artikelen, congresbundels, bachelor- of masterscripties, beleidsteksten en rapporten zijn.
De centrale vraag helpt bij het vinden van geschikte literatuur. Aan de hand van de afgebakende onderzoeksvraag selecteer je bruikbare publicaties. Je kunt hierbij op twee manieren te werk gaan: via de sneeuwbalmethode of de zoektermmethode.
Als je informatie zoekt voor je onderzoek zul je dat voornamelijk digitaal doen. Het aantal bruikbare websites is enorm – en tegelijk vind je via Google minder dan je denkt.
De HvA Bibliotheek heeft een open online cursus gemaakt: Zoeklicht. In deze cursus leer je stapsgewijs hoe je op een slimme en snelle manier informatie kunt vinden voor je onderzoek. Je kunt ook je docent vragen om tips voor (digitale) bronnen. Hieronder staan een aantal bruikbare sites, die je kunnen helpen bij een je digitale zoektocht.