Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.
Een tekstschema is een voorlopige indeling van je tekst. Je kunt een tekstschema bijvoorbeeld maken in een boomstructuur of in een kolommenschema. Je geeft in het schema aan welke onderwerpen bij elkaar horen en in welke volgorde je ze wilt behandelen.

Wat is een tekstschema?

Het tekstschema helpt je overzicht te houden over je tekst: de kans is kleiner dat je iets vergeet of juist dubbel behandelt. Ook kun je nu beginnen met het gedeelte dat je het leukst vindt of waar je het meeste over weet. En als je eenmaal iets op papier hebt, zal de rest van de tekst ook gemakkelijker gaan.

Wat is een goed tekstschema?

Een goed tekstschema helpt je bij het schrijven van je tekst. Je vindt in zo'n schema bijvoorbeeld alle steekwoorden, de belangrijkste woorden voor je tekst. Belangrijk is ook dat je centrale vraag en het antwoord daarop erin terugkomen, en dat je schema compleet is. De onderstaande voorbeelden kunnen je houvast bieden.

  • Een goed uitgewerkt tekstschema

    In een goed uitgewerkt tekstschema staan per alinea de belangrijkste steekwoorden genoteerd. Je beantwoordt telkens vragen als: Waar gaat deze alinea over? Wat is de kern ervan? Zo kom je ook tot het antwoord op je centrale vraag.

  • Een slecht uitgewerkt tekstschema

    Wordt het antwoord op de centrale vraag niet duidelijk uit het tekstschema, dan is het schema nog niet goed genoeg.

    Uit dit tekstschema wordt niet duidelijk hoe de vraag wordt beantwoord of Nederland steeds meer ontkerkelijkt. Er wordt kennelijk informatie gegeven over de historie van het geloof en de diverse soorten religies en daarnaast ook levensbeschouwingen, maar het is niet duidelijk of er in deze hoofdstukken informatie over kerkbezoek is opgenomen en het al of niet afnemen daarvan.

    Op het eerste gezicht is dit een beschrijvende tekst en geen beoordelende, en dus is de afsluiting van de tekst met een conclusie onterecht en moet de formulering van de centrale vraag worden aangepast.

  • Een incompleet tekstschema

    Met een tekstschema dat niet compleet is, loop je het risico dat je niet alles behandelt. Het kan ook wijzen op een te brede centrale vraag.

    Dit tekstschema is niet compleet, omdat een deel van de centrale vraag niet beantwoord wordt. Kennelijk wordt alleen geconcludeerd en onderzocht wat allochtonen en jongens van het spreken van een dialect denken, maar in de centrale vraag staat: jongeren. Dan zou er ook nog een hoofdstuk toegevoegd moeten worden met de opinie van autochtone meisjes over het spreken van een dialect, of de centrale vraag moet meer ingeperkt worden.

Standaardschema's

Heb je eenmaal duidelijk de centrale vraag geformuleerd, dan ligt de eerste opzet van je tekst in feite al klaar. Bij ieder type centrale vraag kun je namelijk een standaard tekstschema gebruiken. In dat schema geef je aan uit welke onderdelen de tekst bestaat en welke hoofdstukken en paragrafen nodig zijn om de centrale vraag (en deelvragen) te kunnen beantwoorden.

Deze standaardschema’s bieden een eerste houvast. Je moet ze specifieker uitwerken tot een goed en bruikbaar tekstschema.

  • Tekstschema bij een beschrijvende centrale vraag

    Centrale vraag

    • Wat is het geval met betrekking tot X?
    • Wat is X?

    Tekstschema

    • Inleiding
    • Beschrijving van X volgens chronologische, geografische of thematische indeling.
    • Samenvatting
  • Tekstschema bij een verklarende centrale vraag

    Centrale vraag

    Er bestaan twee soorten verklarende centrale vragen:

    1. Verklarend informatieve centrale vraag, waarbij het antwoord op de vraag bestaat uit het weergeven van verklaringen van derden: Waarom/waardoor is X zo?
    2. Verklarend betogende centrale vraag, waarbij het antwoord op de vraag bestaat uit een betoog waarin de auteur van de tekst zelf een verklaring geeft voor X: Hoe komt het dat X het geval is?

    Tekstschema

    • Inleiding
    • Beschrijving van X
    • Overige hoofdstukken met daarin verklaring van X door derden (auteurs/onderzoekers) volgens chronologische, geografische of thematische indeling
    • Samenvatting
  • Tekstschema bij een beoordelende centrale vraag

    Centrale vraag

    Wat is het oordeel over X?

    Tekstschema

    • Inleiding
    • Beschrijving van X
    • Normen voor beoordeling van X (informerend/betogend)
    • Beoordeling van X op basis van argumentatie
    • Conclusie
  • Tekstschema bij een adviserende centrale vraag

    Centrale vraag

    • Wat moet worden gedaan in verband met X?

    Tekstschema

    • Inleiding
    • Beschrijving van X
    • Verklaring van X (eventueel)
    • Oordeel over X (informerend/betogend)
    • Inventarisatie van mogelijke oplossingen/maatregelen Y, Z etc. (informatief)
    • Beoordeling van oplossingen/maatregelen Y, Z etc. (betogend)
    • Advies: Y of Z?
    • Conclusie

Bron: A.F. Snoeck Henkemans. Schrijven. Handleiding voor het opstellen van zakelijke teksten. Groningen, 1989.