Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.
Met de werkwoordspelling worden vrij veel fouten gemaakt, terwijl de regels niet ingewikkeld zijn. Je moet wel weten hoe je ze moet vervoegen.

De belangrijkste regels voor de vervoeging van werkwoorden:

  • Tegenwoordige tijd: ik word of ik wordt?
  • Verleden tijd: hij verwachtte of hij verwachte?
  • Voltooide tijd: zij heeft beoordeeld of zij heeft beoordeelt?
  • Engelse werkwoorden: gescreend of gescreent?
Lees meer over de vervoeging van werkwoorden
  • Tegenwoordige tijd

    Voor de vervoeging van de persoonsvorm enkelvoud neem je de ik-vorm als uitgangspunt. De persoonsvorm meervoud is gelijk aan het volledige werkwoord (de infinitief).

    Fouten worden vooral gemaakt in de volgende twee situaties:

    • Als een werkwoord een voorvoegsel als ge-, be-, her-, ver- of ont- begint. De vorm lijkt dan meestal sterk op het voltooid deelwoord (zin 1 en 2).
    • Als een zin meerdere persoonsvormen bevat (zin 3).

    In samengestelde zinnen wijkt soms ook de woordvolgorde af. Laat je niet in verwarring brengen als de persoonsvorm na het voltooid deelwoord staat.

  • Verleden en voltooide tijd

    Stel bij het vervoegen van de verleden tijd en het voltooid deelwoord vast of je te maken hebt met een onregelmatig of regelmatig werkwoord. Hier hangt vervolgens de werkwoordspelling van af.

    Onregelmatige werkwoorden

    Bij onregelmatige werkwoorden verandert de ik-vorm als je het werkwoord in de verleden tijd zet. Je kunt de verleden tijd alleen bepalen als je de verleden tijdsvorm weet of opzoekt (bijvoorbeeld via Woordenlijst.org). Voor de voltooide tijd geldt hetzelfde.

    Regelmatige werkwoorden in de verleden tijd

    De verleden tijd (onvoltooid verleden tijd) eindigt op -te(n) of -de(n).

    Als je niet weet of het -te of -de moet zijn, dan gebruik je de regel van 't ex-kofschip:

    1. Kijk naar de infinitief (het hele werkwoord).
    2. Haal -en ervan af. Welke letter is dat?
    3. Check: is het een medeklinker uit ’T E X- K O F S C H I P?
    4. Neem de ‘ik-vorm’ van de onvoltooid tegenwoordige tijd.
    5. De verleden tijd is: ik-vorm + te(n) of de(n).

    Let op: Bij sommige werkwoorden eindigt de ik-vorm van de onvoltooid verleden tijd op een f of s, terwijl het hele werkwoord op een v of z eindigt. Je kijkt dus naar de v of z!

    Regelmatige werkwoorden in de voltooide tijd

    Je hoort vaak of een voltooid deelwoord op een -t of -d eindigt door er een -e achter te denken. Je hoort bijvoorbeeld dat gemeld op een -d eindigt, als je er 'de gemelde schade' van maakt.

    Bij twijfel kun je de regel van 't ex-kofschip weer toepassen. Je krijgt dan: ge + ik-vorm + t/d.

    1. Kijk naar de infinitief (het hele werkwoord).
    2. Haal -en ervan af. Op welke letter eindigt het werkwoord nu?
    3. Check: is het een medeklinker uit 'T E X - K O F S C H I P?
    4. Neem de 'ik-vorm' van de onvoltooid tegenwoordige tijd.
    5. Het voltooid deelwoord is: ge + ik-vorm + t of d.

    Let op: veel fouten worden gemaakt met woorden als gebeuren, bereiden en erkennen, waarbij het voltooid deelwoord weinig verschilt van de tegenwoordige tijd. Je hebt bijvoorbeeld: het gebeurt en het is gebeurd. Dit geldt voor alle werkwoorden die beginnen met be-, ge-, ver-, ont-, er-, en her-.

    De ’t ex-kofschip-regel is een klankregel. Als je de uitgang verlengt, hoor je of je voor een -d of -t moet kiezen (vergelijk voor het is gebeurd: het gebeurde).

  • Engelse werkwoorden

    Voor de Engelse werkwoorden die in het Nederlands gebruikt worden, gelden dezelfde regels. Let er wel op dat de stam van deze werkwoorden kan eindigen op een s-klank.

    Je kijkt bij werkwoorden uit het Engels, zoals downloaden en scoren, als gewoonlijk naar de laatste letter van de stam. Bij de vervoeging is er een aantal bijzonderheden waar je rekening mee kunt houden.

    S-klank

    Wat het eventueel lastig maakt, is dat Engelse werkwoorden vaker dan Nederlandse eindigen op de letters x, sh en c. Die komen in klank overeen met de harde ‘s‘ in ’t ex-kofschip, bijvoorbeeld stressen en mixen.

    Dubbele uitspraak

    Sommige werkwoorden van Engelse herkomst kunnen in het Nederlands een dubbele uitspraak hebben. Zo kan de f in golfen uitgesproken worden als een f en als een v. De s van leasen kan uitgesproken worden als een s en als een z. Vervoegingen met een t of d zijn daarom beide correct.

    Extra letter nodig

    Bij Engelstalige werkwoorden is de e of een dubbele medeklinker soms nodig voor een correcte uitspraak, bijvoorbeeld bij deleten of baseballen.