Taal en stijl: spelling
Voor de vervoeging van de persoonsvorm enkelvoud neem je de ik-vorm als uitgangspunt. De persoonsvorm meervoud is gelijk aan het volledige werkwoord (de infinitief).
Fouten worden vooral gemaakt in de volgende twee situaties:
In samengestelde zinnen wijkt soms ook de woordvolgorde af. Laat je niet in verwarring brengen als de persoonsvorm na het voltooid deelwoord staat.
Stel bij het vervoegen van de verleden tijd en het voltooid deelwoord vast of je te maken hebt met een onregelmatig of regelmatig werkwoord. Hier hangt vervolgens de werkwoordspelling van af.
Bij onregelmatige werkwoorden verandert de ik-vorm als je het werkwoord in de verleden tijd zet. Je kunt de verleden tijd alleen bepalen als je de verleden tijdsvorm weet of opzoekt (bijvoorbeeld via Woordenlijst.org). Voor de voltooide tijd geldt hetzelfde.
De verleden tijd (onvoltooid verleden tijd) eindigt op -te(n) of -de(n).
Als je niet weet of het -te of -de moet zijn, dan gebruik je de regel van 't ex-kofschip:
Let op: Bij sommige werkwoorden eindigt de ik-vorm van de onvoltooid verleden tijd op een f of s, terwijl het hele werkwoord op een v of z eindigt. Je kijkt dus naar de v of z!
Je hoort vaak of een voltooid deelwoord op een -t of -d eindigt door er een -e achter te denken. Je hoort bijvoorbeeld dat gemeld op een -d eindigt, als je er 'de gemelde schade' van maakt.
Bij twijfel kun je de regel van 't ex-kofschip weer toepassen. Je krijgt dan: ge + ik-vorm + t/d.
Let op: veel fouten worden gemaakt met woorden als gebeuren, bereiden en erkennen, waarbij het voltooid deelwoord weinig verschilt van de tegenwoordige tijd. Je hebt bijvoorbeeld: het gebeurt en het is gebeurd. Dit geldt voor alle werkwoorden die beginnen met be-, ge-, ver-, ont-, er-, en her-.
De ’t ex-kofschip-regel is een klankregel. Als je de uitgang verlengt, hoor je of je voor een -d of -t moet kiezen (vergelijk voor het is gebeurd: het gebeurde).
Voor de Engelse werkwoorden die in het Nederlands gebruikt worden, gelden dezelfde regels. Let er wel op dat de stam van deze werkwoorden kan eindigen op een s-klank.
Je kijkt bij werkwoorden uit het Engels, zoals downloaden en scoren, als gewoonlijk naar de laatste letter van de stam. Bij de vervoeging is er een aantal bijzonderheden waar je rekening mee kunt houden.
Wat het eventueel lastig maakt, is dat Engelse werkwoorden vaker dan Nederlandse eindigen op de letters x, sh en c. Die komen in klank overeen met de harde ‘s‘ in ’t ex-kofschip, bijvoorbeeld stressen en mixen.
Sommige werkwoorden van Engelse herkomst kunnen in het Nederlands een dubbele uitspraak hebben. Zo kan de f in golfen uitgesproken worden als een f en als een v. De s van leasen kan uitgesproken worden als een s en als een z. Vervoegingen met een t of d zijn daarom beide correct.
Bij Engelstalige werkwoorden is de e of een dubbele medeklinker soms nodig voor een correcte uitspraak, bijvoorbeeld bij deleten of baseballen.