Taal en stijl: spelling
Meestal begin je een zin met een hoofdletter, ook als de zin begint met een afkorting of een naam die met een kleine letter begint. Ook een kop van een journalistiek artikel of hoofdstuk, of aanhef of afsluiting van een brief begint met een hoofdletter.
Op deze regel zijn drie uitzonderingen:
Na een dubbele punt en puntkomma volgt normaal gesproken geen hoofdletter. Dit gebeurt wel als na de dubbele punt een citaat volgt dat uit een hele zin bestaat.
Schrijf namen met een hoofdletter, ook als deze opgenomen zijn in een samenstelling of afleiding. Of het nu namen van personen of dieren zijn, organisaties, merken, producten, wetten of titels van boeken of films. Ook aardrijkskundige namen, talen, dialecten en volkeren krijgen een hoofdletter, net als officiële namen van feesten, feestdagen en historische gebeurtenisse
Schrijf ook losse letters in een samenstelling met een hoofdletter als deze letter de vorm toont of een ordening aangeeft (zin 1). Maar let op: bevat de achternaam een voorvoegsel, schrijf dan alleen een hoofdletter als er geen initiaal of voornaam aan voorafgaat (zin 2).
In enkele gevallen gebruik je een kleine letter: