Voordat je met schrijven begint, is het goed om bewust voor een bepaalde stijl te kiezen. Vraag je daarbij af hoe je wilt overkomen op de lezers: serieus, joviaal, plechtig, zakelijk, enzovoort. Op die manier kun je het effect dat je wilt bereiken met je tekst, en de indruk die je wilt maken, beïnvloeden.
Veel studenten worstelen met het vinden van een juiste, academische schrijfstijl. Vooral in het begin van hun studie krijgen zij vaak commentaar dat hun manier van schrijven niet wetenschappelijk genoeg is.
Een goede wetenschappelijke schrijfstijl ontwikkel je in de loop van je studie door op de eerste plaats de schrijfstijl in de vakliteratuur bestuderen. Een aantal kenmerken van een prettig leesbare, academische stijl zijn:
Geef informatie weer zonder je eigen ‘kleur’. Beschrijf de waarneming, niet het gevoel. In de praktijk betekent het, dat je vooral goed moet opletten welke woorden je kiest. Veel woorden hebben een emotionele lading. Vergelijk: slank of mager, ontslaan of afvloeien, regime of regering. Probeer te kiezen voor de variant die geen oordeel of smaak weergeeft.
Van aankomende academici en andere hoogopgeleide studenten wordt verwacht dat zij een perfecte beheersing van de Nederlandse taal hebben. Zorg er daarom voor dat je tekst geen taal- en spelfouten bevat. Dat maakt een domme en onzorgvuldige indruk. Let op de juiste vorm en spelling van werkwoorden (vooral -d/-t).
Wees niet te snel tevreden met je formuleringen. Heb je echt het juiste woord gekozen? Vermijd vage en lege woorden als: zaken, dingen, of zo, het een en ander. Vermijd ook stopwoorden als: zeg maar, natuurlijk, best wel. Als je uitdrukkingen of gezegdes gebruikt, zorg er dan voor dat ze bij de situatie passen.
'Spijkers op laag water zoeken' betekent: ongegronde of nietsbeduidende aanmerkingen maken, vitten. 'Een storm in een glas water' betekent daarentegen dat er grote ophef of onenigheid is om een zaak die ten slotte van geen betekenis blijkt te zijn. Ofwel: dat wat je in het volgende voorbeeld wilt overbrengen.
Als schrijver blijf je in een wetenschappelijke tekst meestal anoniem. Gebruik dus liever geen ik of wij, tenzij je je eigen mening weergeeft. Vergelijk bijvoorbeeld:
Ook persoonlijke uitweidingen – zie het volgende voorbeeld – horen er niet in thuis.
Een werkstuk is geen roman. Al te bloemrijk of literair taalgebruik hoort er dan ook niet in thuis, spreektaal evenmin. Vergelijk:
Schrijvers die nog niet bedreven zijn in het schrijven van zakelijke en academische teksten hebben de neiging om persoonlijke formuleringen te gebruiken.
Enkele voorbeelden van persoonlijke formuleringen zijn:
Zulke formuleringen passen niet goed bij een wetenschappelijke schrijfstijl. Het gaat in academische teksten meestal niet om de persoon, maar om de materie. Maar ook in veel zakelijke teksten is het storend als de persoon van de schrijver te nadrukkelijk aanwezig is, of als het publiek steeds wordt aangesproken. Je kunt in deze gevallen beter neutraal proberen te formuleren:
Persoonlijk taalgebruik is niet per definitie ongewenst. In heel veel soorten teksten, bijvoorbeeld in een stageverslag, reflectie of een brief, is het natuurlijk wel goed dat de persoon van de schrijver duidelijk naar voren komt door het gebruik van ik of wij. Ook is het met name in een brief of een wervende tekst (brochure, folder) juist aan te raden om de lezer rechtstreeks aan te spreken met u, jij of jullie.
Kijk bij Tips voor een goed woordgebruik voor meer adviezen over de juiste woordkeuze.