Taal en stijl: grammatica
De persoonsvorm van het werkwoord staat in mededelende hoofdzinnen altijd op de tweede plaats in de zin. Kijk maar:
Alleen in een vraagzin zonder vraagwoord staat de persoonsvorm op de eerste plaats. Kijk maar:
In de bijzin staan alle werkwoorden achteraan. Kijk maar:
Eén van deze werkwoorden is de persoonsvorm. Stel jezelf achtereenvolgens deze vragen:
Vorm van hebben of zijn
Is de persoonsvorm een vorm van hebben of zijn, dan moet het andere werkwoord een voltooiddeelwoordsvorm (participium) krijgen, met -t, -d of -en:
Ander werkwoord
Gaat het om een ander werkwoord, dan moet het andere werkwoord de infinitiefvorm krijgen (het hele werkwoord):
Staan er meer dan twee werkwoorden in de zin, dan krijgen de laatste werkwoorden de infinitiefvorm.
Weet jij of de persoonsvorm op de juiste plek staat? Selecteer telkens de juiste opties.