Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.
In het Nederlands kunnen werkwoorden op verschillende plekken in de zin staan. In een bijzin komt de persoonsvorm bijvoorbeeld achterin de zin.
  • Plaats van de persoonsvorm in de hoofdzin

    De persoonsvorm van het werkwoord staat in mededelende hoofdzinnen altijd op de tweede plaats in de zin. Kijk maar:

    Alleen in een vraagzin zonder vraagwoord staat de persoonsvorm op de eerste plaats. Kijk maar:

  • Plaats van de persoonsvorm in bijzinnen

    In de bijzin staan alle werkwoorden achteraan. Kijk maar:

  • Twee werkwoorden in een zin

    Eén van deze werkwoorden is de persoonsvorm. Stel jezelf achtereenvolgens deze vragen:

    1. Is de persoonsvorm een vorm van hebben of zijn?
    2. Is de persoonsvorm een ander werkwoord?

    Vorm van hebben of zijn
    Is de persoonsvorm een vorm van hebben of zijn, dan moet het andere werkwoord een voltooiddeelwoordsvorm (participium) krijgen, met -t, -d of -en:

    Ander werkwoord
    Gaat het om een ander werkwoord, dan moet het andere werkwoord de infinitiefvorm krijgen (het hele werkwoord):

  • Meer dan twee werkwoorden in de zin

    Staan er meer dan twee werkwoorden in de zin, dan krijgen de laatste werkwoorden de infinitiefvorm.

Oefenen: hoofd- of bijzin?

Weet jij of de persoonsvorm op de juiste plek staat? Selecteer telkens de juiste opties.