Voor de beste ervaring schakelt u JavaScript in en gebruikt u een moderne browser!
Je gebruikt een niet-ondersteunde browser. Deze site kan er anders uitzien dan je verwacht.
Een punt geeft het einde van de zin aan. Wanneer je de zin hardop voorleest, hoor je meestal waar die eindigt en de volgende zin begint.

Op zich is het simpel: een punt plaats je om een einde aan te geven. Toch gebeurt het vaak dat een komma te laat geplaatst is, of juist veel te vroeg.

  • Te laat geplaatst

    Twee hoofdzinnen kun je niet zomaar achter elkaar ‘plakken’ met een komma (zin 1). Je maakt dan een taalfout.

    Er zijn twee manieren waarop je deze zin kunt corrigeren:

    • Zet een punt tussen de eerste en de tweede zin (zin 2).
    • Verbind de zinnen met een conjunctie ofwel voegwoord (zin 3).
  • Te vroeg geplaatst

    Wanneer je een lange zin maakt, kun je die niet inkorten door zomaar halverwege een punt te zetten (zin 1).

    Een bijzin ("Omdat deze visie van veel variabele factoren afhankelijk is") kan nooit op zichzelf staan in geschreven teksten en staat altijd voor of achter de hoofdzin binnen de punt. Je kunt deze zin op twee manieren herschrijven:

    • Zet de bijzin binnen de punt (zin 2).
    • Maak van de bijzin een aparte hoofdzin (zin 3).
  • Geen punt

    Schrijf geen (extra) punt...

    • als de zin eindigt met de punt van een afkorting (zin 1);
    • als de zin eindigt met een punt van het citaat voor de aanhalingstekens (zin 2);
    • in een kop (zin 3).
  • In opsommingen

    Je gebruikt een punt achter elk element van de opsomming als je te maken hebt met zelfstandige zinnen. Vaak kun je deze informatie ook weergeven in een 'lopend' verhaal, zonder opsommingstekens. Som je delen van een zin op, dan gebruik je juist een puntkomma.

Let er dus goed op dat je de punt op de juiste plek zet. Maak je veel van deze soorten fouten? Lees je tekst dan rustig hardop voor voordat je hem inlevert. Meestal hoor je wel aan je intonatie dat er iets ‘niet klopt’. Luister goed waar de pauze valt.