Je weet dat je leesvaardigheid op niveau is, als:
Je kunt je leesvaardigheid ook op niveau brengen door te oefenen met het boekje Lezen op B2 (B2 is het niveau waarop je leesvaardigheid als anderstalige moet zijn om aan een opleiding in het hoger onderwijs te kunnen deelnemen). Je vergroot je woordenschat – en daarmee ook je leesvaardigheid – door wekelijks een krant te lezen of je vakliteratuur bewust te bestuderen.
Om een tekst goed te kunnen begrijpen, moet je tussen de 95 en 98 procent van de gebruikte woorden kennen. Ken je 'maar' 90 procent van de woorden, dan wordt het al lastig om de tekst te begrijpen: je begrijpt een op de tien woorden niet. Het volgende voorbeeld maakt duidelijk hoe moeilijk het is om dan een tekst te begrijpen. Kun je raden waar het onderstaande fragment over gaat?
Zonder begrip van de weggelaten woorden – (1) en (3) slaapproblemen en (2) slapeloosheid – is het heel lastig te begrijpen waarover het gaat. Je zou er ook andere woorden kunnen invullen die een geheel andere betekenis aan je tekst geven.
Dat gebeurt eigenlijk ook als je de woorden niet kent: dan kun je de strekking van de zinnen en daardoor van de hele tekst eigenlijk niet bevatten. Om een tekst op het niveau van je opleiding snel en goed te kunnen lezen heb je al gauw een passieve woordenschat van zo’n 12.000 woorden nodig. Passief wil zeggen dat je woorden herkent, maar niet per se zelf die woorden goed kunt gebruiken.
Een grote woordenschat is een van de belangrijkste voorspellers van studiesucces. Lees daarom meer over het vergroten van je woordenschat. In de volgende video krijg je alvast een paar tips.