Eerst oefen je hardop, in je eentje. Het lijkt misschien raar om je presentatie zo te oefenen, maar bedenk dat een artiest zijn liedjes ook eerst oefent voordat hij op het podium staat. Als je genoeg voor jezelf hebt geoefend, laat je je presentatie aan andere mensen zien en vraag je hun om feedback.
Je kunt je presentatie voor de spiegel oefenen, maar je kunt deze ook opnemen op je mobiel en terugkijken. Tijdens het oefenen ontdek je zo de ‘zwakke plekken’ in je presentatie. Die kun je dan nog veranderen. Bovendien merk je of alle informatie goed in je hoofd zit en welke informatie je in kernwoorden op papier nodig hebt.
Je hoeft een presentatie niet helemaal uit je hoofd te doen, maar als je veel hardop oefent, zul je merken dat de presentatie steeds makkelijker gaat en dat je alleen bij het opsommen van meerdere punten een spiekbriefje nodig hebt. Het is overigens heel normaal om punten of een citaat op te lezen, als je maar niet de hele presentatie voorleest.
Gebruik de spiegel of video ook om op je houding te letten, het gebruik van je handen, je gezichtsuitdrukking. Kortom: de non-verbale communicatie.
Vervolgens oefen je door te presenteren voor een klein groepje mensen, bijvoorbeeld studiegenoten, vrienden of familieleden. Andere mensen kunnen je wijzen op zaken waar je misschien niet eens bij stil had gestaan.
Feedbackformulier
Zij kunnen je dan feedback geven, eventueel met behulp van een feedbackformulier voor je presentatie. Luister goed naar de feedback en denk na of je iets moet veranderen aan je presentatie. Download het feedbackformulier voor presentaties of gebruik het volgende lijstje:
De eerste twee minuten van een presentatie zijn van cruciaal belang. Als je tijdens die eerste twee minuten je publiek niet weet te ‘verleiden’ dan is je publiek daarna niet meer bereid naar je te luisteren. Als je een goede presentatie niet krachtig eindigt, zal iedereen dat ‘slappe’ einde onthouden.
Je presentatie moet beginnen, je staat op het podium maar je moet nog je beamer of iets anders klaarzetten. Zorg dat al je spullen van tevoren in orde zijn. Kom dan ook ruim op tijd naar de locatie zodat je alles neer kunt zetten.
Je hebt een presentatie voorbereid met PowerPoint, maar nu doet de laptop het niet of lukt het je niet om die aan te sluiten. En nu? Zorg dat je altijd je presentatie hebt geprint en bereid je presentatie zodanig goed voor dat je deze ook zonder PowerPoint kunt houden. Probeer ook altijd iets eerder aanwezig te zijn in de ruimte waar je je presentatie houdt om alles aan te sluiten.
Je begint te vertellen wat er allemaal mis is gegaan (bijvoorbeeld: je hebt weinig tijd gehad, je was te laat, kon het niet goed voorbereiden omdat je het te druk had). Op deze manier start je met negatieve informatie en je publiek zal het gevoel krijgen dat je niet je best hebt gedaan.
Je jasje zit niet goed, je gulp staat open, je lippenstift is uitgeveegd. Kijk voor de presentatie in de spiegel en controleer of je er goed uitziet. Ga niet op het podium aan je kleding trekken.
Je stem klinkt te zacht waardoor je voor het publiek moeilijk te verstaan bent. Je kijkt je publiek niet aan of je hebt een gesloten, verlegen of angstige houding.
Je eindigt met de zin “Dat was het.” Dit is een saai, inhoudsloos einde.
Tijdens je laatste zin loop je al weg van de plaats waar je gepresenteerd hebt. Je wekt de indruk dat je blij bent dat het achter de rug is. Misschien is dit ook wel zo, maar geef je publiek toch het gevoel dat je het met plezier hebt gedaan.
Je einde is onduidelijk. Je laat niet duidelijk blijken dat je presentatie afgelopen is. Je presentatie gaat als een nachtkaars uit. Dit is jammer, vooral als de rest wel goed is gegaan.
Door tijdgebrek maak je je presentatie gehaast en rommelig af.
Krijg je vaak te horen dat je mompelt? Heb je het gevoel dat je te snel praat, of juist te vaak ‘eh’ zegt? Of articuleer je niet goed? Dan is het tijd om iets aan je spreekgedrag te veranderen. De verandering van je spreekgedrag gebeurt in vier fases:
Krijg je vaak dezelfde opmerkingen over je spreekgedrag? Vragen mensen bijvoorbeeld vaak: "Wat zeg je?" Of gebruik je vaak hetzelfde stopwoordje (bijvoorbeeld: "Eh")? Je bent je bewust van het probleem en je bent er steeds meer mee bezig.
Nadat je het stopwoordje hebt gezegd, hoor je steeds dat je het gebruikt. Het lijkt zelfs alsof het steeds erger wordt. Dat is niet zo, maar je let er nu meer op.
Op het moment dat je het stopwoordje zegt, ben je je ervan bewust dat je het zegt.
In deze fase kun je jezelf tijdig corrigeren en slik je dus net dat stopwoordje in of bedenk je dat je duidelijker moet articuleren.
Hoe lang het duurt voordat je je spreekgedrag veranderd hebt, hangt onder meer af van je motivatie, de hardnekkigheid van die gewoonte, je verwachtingen en de tijd die je erin wilt steken. Concentreer je op één aspect van je spreekgedrag en oefen veel met je stem en uitspraak.
Het kan handig zijn om je stem op te nemen, zodat je je presentatie later terug kunt luisteren. Dit kan confronterend zijn, maar het is de enige manier om objectief je spreekgedrag te beoordelen.
Sommige mensen hebben een heel prettige stem en bij anderen val je gelijk in slaap als ze beginnen met spreken. Wordt er wel eens tegen je gezegd dat je te hard spreekt of krijg je opmerkingen over je tongval? Je stem en je uitspraak zijn iets heel persoonlijks. Die stem en uitspraak passen ook bij je. Maar als je er vaak opmerkingen over krijgt, is het van belang dat je aandacht besteedt aan je verstaanbaarheid.
De volgende aspecten beïnvloeden vaak de verstaanbaarheid:
Als je te snel praat, dan loop je het gevaar dat je woorden inslikt. Of je struikelt over je woorden. Je verhaal is dan moeilijk te volgen en je komt gejaagd over. Als je juist te langzaam praat, werkt dat slaapverwekkend en zullen mensen je snel onderbreken. Ook loop je het gevaar dat mensen zinnen voor je gaan afmaken.
Pas je spreektempo aan de situatie aan. Als je met vrienden praat, zul je sneller spreken dan als je voor een groep mensen spreekt. Als je zenuwachtig bent, ga je vaak ook sneller spreken. Krijg je vaak opmerkingen over je spreektempo, probeer dan je spreekgedrag te veranderen.
Als je voor een groep mensen spreekt, moet je je volume aanpassen. Richt je op de achterste spreker, dan ben je meestal goed verstaanbaar. Maar als je met één persoon of een paar mensen spreekt, kan het juist irritant zijn als je te hard spreekt. Je overschreeuwt jezelf als het ware. Ook te zacht spreken kan heel vervelend zijn. Mensen kunnen je niet verstaan en zullen snel minder moeite doen om je te kunnen verstaan.
Hoor je vaak opmerkingen als: ‘Wat zeg je?’, of juist: ‘Ik ben niet doof, hoor’, dan weet je dat je iets aan je spreekvolume moet doen. Probeer eens voor je gevoel heel hard of juist te zacht te praten en let op of je nog verstaan wordt. Vraag eens aan vrienden of ze je erop willen attenderen als je te hard of juist te zacht spreekt. Misschien is het verstandig om je spreekgedrag te veranderen.
Horen mensen direct waar je vandaan komt? Een zachte ‘g’ vinden de meeste mensen bijvoorbeeld wel charmant, maar let er op dat sommige woorden en uitdrukkingen streekgebonden zijn. Mensen begrijpen je dan niet. Als je accent erg sterk is, loop je het gevaar dat mensen meer letten op hoe je iets zegt, dan wat je zegt.
Leg je vaak de klemtoon verkeerd? Dit overkomt vaak mensen met een anderstalige achtergrond. Het Nederlands kent geen duidelijke regels voor het woordaccent. Je zult dus per woord moeten leren waar de klemtoon ligt.
Onderstreep, als je nieuwe woorden leert, waar het accent op valt. In het woordenboek staat het ook altijd aangegeven. Mensen kunnen vaak wel snel wennen aan een (buitenlands) accent, maar kunnen je moeilijk verstaan als je de klemtoon steeds verkeerd legt.
Sommige mensen lijken wel te zingen als ze spreken, anderen hebben een heel monotone stem. Dit laatste is vaak heel saai om naar te luisteren. Ook word je er minder verstaanbaar door. Door zinsaccenten in de zin te leggen, geef je immers ook aan welke informatie je in die zin belangrijk vindt. Als je te zacht spreekt, is je stem ook vaak monotoner.
Probeer wat harder te praten, dan gebruik je vanzelf wat meer expressie. Als je te veel binnensmonds spreekt, ga je vanzelf ook wat vlakker spreken. Probeer je mond goed te openen als je praat en duidelijk te articuleren. Als je veel stopwoordjes zoals ‘eh’ gebruikt, dan komt je stem ook vlak over. Probeer je die stopwoordjes af te leren. Kijk bij het veranderen van spreekgedrag hoe dat moet.
Vooral vrouwen hebben vaak last van een schelle en hoge stem. Ze komen hierdoor onzeker en kinderlijk over. Probeer eens iets langzamer en lager te praten. Je kunt dan vaak ook wat harder praten. Als je juist te horen krijgt dat je altijd bromt, dan spreek je te laag. Probeer iets hoger en met meer melodie te spreken. Dat maakt dat je stem wat levendiger en beter verstaanbaar wordt.
Zeggen mensen vaak dat je zit te mompelen? Waarschijnlijk articuleer je dan niet voldoende. Probeer eens echt met je tongpunt te articuleren, dus vóór in de mond. Ook helpt het om actief je lippen te gebruiken bij het spreken bij klanken als ‘oo’, ‘oe’ en ‘ui’. En doe je mond goed open bij het uitspreken van klanken als ‘aa’, ‘ij’ en ‘au’. Ga eens op een paar meter afstand van iemand staan. Fluister dan een aantal zinnen. Bij een goede articulatie moet je dan verstaanbaar zijn.
Lukt het je niet om zelf je spreekgedrag te veranderen of kun je niet goed analyseren hoe het komt dat mensen je vaak niet verstaan? Dan heeft het zin om contact op te nemen met een logopedist. Een logopedist maakt een analyse van je probleem en geeft je daarna gerichte opdrachten om je uitspraak en stem te verbeteren. Vaak wordt logopedie vergoed door je ziektekostenverzekeraar. Je hebt dan wel een verwijsbrief van je huisarts nodig.
Niet alleen je stem en uitspraak beïnvloeden je presentatie, maar ook je non-verbale communicatie. Hoe is je houding? Waar kijk je naar tijdens je presentatie? Welke gebaren en bewegingen maak je? En wat doe je eigenlijk aan om een goede indruk te maken?
Je lichaamshouding heeft invloed op je manier van spreken en op het contact met je luisteraar. Een goede houding straalt zelfverzekerdheid uit. Als je daarentegen in elkaar gedoken staat/zit, lukt het niet met een krachtige stem te spreken. Bovendien kom je onzeker over. Als je je handen naast je lichaam laat hangen, kan de luisteraar denken dat je ongeïnteresseerd bent. Heb je je armen over elkaar, dan kan dit gesloten of defensief overkomen.
Oefen met deze tips voor de spiegel, en voor een paar mensen die je vertrouwt. Vraag hun je houding eventueel te corrigeren. Oefen bijvoorbeeld ook als je op de bus staat te wachten. In het begin zal deze houding onwennig aanvoelen, maar als je vaak oefent, wordt het steeds normaler om zo te staan.
Met je ogen kun je ook veel zeggen. Ze laten zien dat je enthousiast bent of juist verontwaardigd. De emoties die je ogen kunnen laten zien, zetten je verhaal kracht bij en maken je presentatie geloofwaardig en levendig.
Als je met iemand spreekt, houd je tijdens het spreken oogcontact. Als je dit niet doet, voelen mensen zich niet bij het gesprek betrokken of niet serieus genomen. Mensen kunnen het gevoel krijgen dat je niet naar ze luistert. Tijdens een presentatie of een vergadering heb je te maken met meer mensen: je publiek/de luisteraars. Houd, als je aan het woord bent, oogcontact met hen. Op die manier voelen zij zich aangesproken en betrokken.
Sta je kaarsrecht en doodstil als je spreekt, of beweeg je juist veel met je handen en zet je je bril iedere keer op en af? Je publiek ziet alles en als je gebaren en bewegingen niet bij je verhaal passen, leiden ze af en zal het publiek vooral je bewegingen onthouden in plaats van de inhoud van je verhaal.
Als je wilt weten welke gebaren en bewegingen je tijdens een presentatie maakt, neem jezelf dan op met een videocamera of bekijk jezelf in de spiegel. Word bewust van je bewegingen en gebaren en bedenk of ze passen bij je presentatie of dat ze juist afleiden.
Wat doe je aan bij je presentatie? Trek je bij een presentatie juist wel of niet die hoge hakken aan? En ga je voor je nette pak of toch je spijkerbroek? Het is net als bij een sollicitatiegesprek of een belangrijke vergadering: wat je ook besluit, denk er van tevoren goed over na. Alles mag, als je je maar bewust bent van het effect dat je uiterlijk heeft en of dit overeenkomt met het effect dat je wilt bereiken.
Trillende handen, een rood hoofd en niet meer uit je woorden kunnen komen. Overkomt jou dat als je een presentatie moet houden? Of bij een sollicitatiegesprek of belangrijke vergadering? Waarschijnlijk heb je dan last van spreekangst. Je kunt natuurlijk deze situaties zoveel mogelijk vermijden, maar beter en effectiever is het om je spreekangst proberen te verminderen.
Bijna iedereen vindt het eng om te spreken in het openbaar. En zenuwachtig zijn voor een sollicitatiegesprek is meer dan normaal. Een beetje spreekangst of plankenkoorts kan er zelfs voor zorgen dat je beter presteert. Maar als je spreekangst te groot wordt, kan dit leiden tot concentratieverlies en zelfs een black-out.
Spreekangst is vaak een vorm van faalangst. Misschien is een presentatie of spreekbeurt een keer niet zo goed gegaan. Die herinnering blijft hangen. Een vervelende opmerking van een docent of klasgenoot kan ervoor zorgen dat je bij een volgende spreekopdracht extra zenuwachtig wordt.
Onze manier van denken en fantaseren bepaalt hoe we ons voelen en hoe we ons opstellen en gedragen. Bedenk dat er met een goede voorbereiding eigenlijk niets mis kan gaan. Als je je tekst kwijt bent, pak je je tekst erbij. Als je begint met stotteren, neem je even een slokje water en begin je weer opnieuw. Als je toch nog allerlei rampscenario’s voor je ziet, stel jezelf dan de volgende vragen:
Probeer te achterhalen waar je eigenlijk bang voor bent. Wat is het ergste rampscenario dat je kan overkomen? Dat je een black-out krijgt? Dat je je tekst kwijt bent of dat je geen enkele vraag kunt beantwoorden?
Heb je zo’n ramp al eens meegemaakt in het verleden? Zo ja, hoe lang geleden was dat? Was dat een vergelijkbare situatie? Had je je toen ook al goed voorbereid? Zijn er dingen die je nu anders zou kunnen doen?
Wat vind je zelf van mensen die een black-out krijgen tijdens een spreekopdracht? Of mensen die stotteren tijdens een vergadering? Dom, of juist dapper dat ze het toch proberen? Waarschijnlijk dat laatste. Bedenk dat de meeste mensen helemaal niet zo streng over je zullen oordelen.